De groei van hernieuwbare elektriciteitsproductie is de afgelopen vijf jaar geëxplodeerd. In Nederland is de productiecapaciteit in deze periode meer dan verdubbeld en staat momenteel op ruim 42 GW. 75% van deze capaciteit bestaat uit zonnepanelen.

Jarenlang lag de nadruk op het toevoegen van steeds meer hernieuwbare productiecapaciteit aan de elektriciteitsmix. En met succes. Maar de snelle groei van met name zonnepanelen heeft ook een keerzijde.

Hoe groter het aanbod, hoe lager de waarde

Veel zonnepanelen wekken immers op hetzelfde moment elektriciteit op. Hoe meer van hetzelfde aanbod tegelijkertijd op de markt komt, hoe lager de waarde ervan. De economische term hiervoor is kannibalisatie. Dat leidde ook tot een enorme toename van het aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzen op de EPEX-spotmarkt.

Maar afgelopen zomer gebeurde er iets opvallends. Voor het eerst sinds 2023 werden er in de zonnigste maanden van het jaar minder negatieve uurprijzen gemeten. De teller bleef steken op 368 negatieve uren tussen april en september. Dat is nog steeds veel, maar wel bijna een kwart minder dan een jaar eerder. En dat is opvallend, want als er nog altijd zonnepanelen bijkomen, waarom neemt het aantal negatieve uren dan af?

Aantal negatieve uurprijzen en gemiddelde uurprijs op de EPEX-spotmarkt in de maanden april t/m september in de periode 2023-2026.

Minder negatieve uren vertellen een ander verhaal

Over de hoge energieprijzen van afgelopen zomer is al veel geschreven. Hitte, droogte en beperkingen bij verschillende productiebronnen zorgden regelmatig voor krapte op de Europese elektriciteitsmarkt. Maar dat verklaart vooral waarom de gemiddelde prijs opliep.

De afname van het aantal negatieve uurprijzen is een ander verhaal. Dat gaat niet over schaarste, maar juist over de manier waarop de markt omgaat met overschotten. En precies daar lijkt dit jaar iets veranderd.

Niet elke opgewekte kilowattuur hoeft het net op

Een paar jaar geleden ging vrijwel alle zonne-energie die niet direct werd gebruikt automatisch het net op. Er zat simpelweg geen knop op om de productie uit te zetten bij overschotten. Tegenwoordig kan de productie wel steeds vaker worden teruggeregeld. Dit noemen we curtailment. Hierbij wordt de productie van een zonne- of windinstallatie tijdelijk beperkt.

Dat klinkt misschien vreemd. Waarom zou je een zonnepark afregelen als de zon schijnt? Omdat niet iedere kilowattuur dezelfde waarde heeft. Als de terugleverprijs sterk negatief wordt, kan het soms simpelweg beter zijn om tijdelijk minder te produceren. Een producent moet dan betalen om elektriciteit aan de markt te “mogen” leveren.

Naarmate de productie van zonne-energie toeneemt, daalt de EPEX-prijs.

De grafiek hierboven laat dit effect zien. Naarmate de productie van zonne-energie toeneemt, daalt de EPEX-prijs. Tegelijkertijd neemt de inzet van bijvoorbeeld gascentrales af, omdat zonne-energie een groter deel van de elektriciteitsvraag invult. Bij een lage of negatieve prijs levert extra productie weinig op of kost deze zelfs geld. Curtailment kan dan helpen om lage of negatieve opbrengsten te voorkomen.

Ook voor bedrijven met zonnepanelen zijn er oplossingen  om de productie automatisch terug te regelen om kosten uit negatieve elektriciteitsprijzen te voorkomen. Het feit dat er minder negatieve uurprijzen optreden, is een teken dat de markt steeds beter leert omgaan met momenten van overvloed.

Batterijen veranderen langzaam het speelveld

Ook het effect van batterijen wordt steeds zichtbaarder op de elektriciteitsmarkt. Niet omdat ze alle overschotten kunnen absorberen. Daarvoor is de huidige opslagcapaciteit nog veel te beperkt. Maar overtollige elektriciteit wordt wel steeds vaker opgeslagen.

Batterijen komen in actie op momenten waarop prijzen onder druk staan. Ze laden wanneer de markt een overschot heeft en leveren terug wanneer elektriciteit weer meer waard wordt. Daarmee kunnen ze in de toekomst de scherpste randjes van de prijsfluctuaties afhalen. Meer batterijcapaciteit kan excessen beter opvangen en het aantal uren met negatieve prijzen helpen beperken.

Volgens het CBS heeft Nederland momenteel een operationele batterijcapaciteit van ongeveer 750 MW. De komende twee jaar komt daar door reeds in aanbouw zijnde projecten jaarlijks zo’n 1.000 tot 1.500 MW bij. Dat is een bijzonder sterke uitbreiding van de beschikbare batterijcapaciteit.

Flexibiliteit zit vaak dichterbij dan gedacht

Wanneer het over flexibiliteit gaat, denken veel bedrijven direct aan batterijen. Maar flexibiliteit zit vaak ook ergens anders. Koelinstallaties, laadpleinen, warmtepompen of andere elektrische processen hoeven niet altijd op hetzelfde moment te draaien. Soms levert een kleine verschuiving van verbruik al verrassend veel op.

Dat is ook de reden waarom er steeds minder naar het jaarlijkse verbruik gekeken wordt en steeds vaker naar uur- of kwartierprofielen. Twee bedrijven met hetzelfde elektriciteitsverbruik kunnen door een ander verbruiksprofiel heel anders uitkomen op de energiemarkt. Het verschil zit vaak niet in hoeveel elektriciteit wordt gebruikt, maar wanneer.

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling voor kleine aansluitingen.

Het einde van salderen maakt timing belangrijker

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling voor kleine aansluitingen. Daardoor wordt het moment waarop elektriciteit wordt geproduceerd en verbruikt belangrijker dan nu. Een kilowattuur dat direct achter de meter wordt gebruikt, heeft straks simpelweg meer waarde dan een kilowattuur die tijdens een zonnige middag wordt teruggeleverd.

Dat maakt het interessant om opnieuw naar de eigen situatie te kijken. Hoeveel zonne-energie wordt direct gebruikt? Kun je verbruik verschuiven? Heeft opslag toegevoegde waarde? Wanneer is curtailment interessant? Voor veel organisaties kan het daarom interessant zijn om niet alleen naar extra zonnepanelen te kijken, maar juist ook naar slimmer gebruik van de opgewekte elektriciteit.

Benieuwd wat het einde van salderen betekent voor uw organisatie? Bereken de impact voor uw situatie.

De markt wordt volwassen

Een belangrijke conclusie is dat de daling van 486 naar 368 negatieve uren niet bewijst dat het overschotprobleem is opgelost. Daarvoor komen negatieve prijzen nog veel te vaak voor. Maar deze ontwikkeling past wel bij een markt die beter leert omgaan met momenten van overvloed.

Misschien is dat uiteindelijk wel de simpelste les van deze ontwikkeling. We hebben jarenlang vooral geleerd hoe we zoveel mogelijk hernieuwbare elektriciteit kunnen opwekken. Nu moeten we vooral leren er slimmer mee om te gaan. Gebruik de elektriciteit op momenten dat het er volop is, sla die op voor later als het kan en beperk de productie als dat nodig is. Mijn oma vond het altijd zonde om iets weg te gooien als je er later nog wat aan hebt. Voor elektriciteit geldt eigenlijk precies hetzelfde.

Bas Hekman, marktanalist bij ENGIE