Familiebedrijven vormen een belangrijke pijler van de Nederlandse economie. Met hun focus op continuïteit en lange termijn hebben zij veel in huis om toekomstbestendig te ondernemen. Tegelijk laat een enquête door Ipsos I&O in opdracht van ABN AMRO zien dat het type eigenaar niet allesbepalend is. Familiebedrijven zijn weliswaar verder met bedrijfsopvolging dan niet-familiebedrijven, maar ook bij familiebedrijven blijft tijdige voorbereiding vaak achter. En op duurzaamheid onderscheiden ze zich minder dan hun langetermijnoriëntatie doet vermoeden. Voor zowel familie- als niet-familiebedrijven geldt dat opvolging en verduurzaming vragen om meer tijdige en concrete acties.
Familiebedrijven worden met recht wel de ruggengraat van de Nederlandse economie genoemd. Naast hun grote economische bijdrage onderscheiden zij zich door een sterke betrokkenheid van de familie bij eigendom, bestuur en strategie. Waar niet-familiebedrijven vaker worden gestuurd door kortetermijnresultaten en aandeelhouderswaarde, richten familiebedrijven zich veelal op het behoud van de onderneming voor toekomstige generaties. Deze focus op continuïteit en de lange termijn heeft invloed op strategische keuzes, waaronder de wijze waarop bedrijfsopvolging wordt vormgegeven en de mate waarin wordt ingezet op een duurzame bedrijfsvoering. Vanuit de theorie van stewardship en het concept van socioemotional wealth (SEW) streven familiebedrijven niet uitsluitend naar financieel rendement, maar ook naar het behoud van de familienaam, reputatie, regionale verbondenheid en continuïteit van de onderneming. Deze waarden stimuleren investeringen die zich pas op langere termijn terugbetalen, zoals zorgvuldig voorbereide opvolging en een duurzame bedrijfsvoering. Maar dit is niet vanzelfsprekend; emotionele belangen, familieconflicten of een gebrek aan formele opvolgingsplanning kunnen juist een succesvolle transitie belemmeren.
Uit de enquête blijkt dat familiebedrijven inderdaad beter zijn voorbereid op bedrijfsoverdracht en opvolging dan niet-familiebedrijven. Maar beide groepen zouden gebaat zijn bij een nog vroegtijdiger aanpak van dit proces. Een succesvolle overdracht vraagt niet alleen om een geschikte opvolger, maar ook om een zorgvuldig gepland proces waarin kennis, leiderschap en eigenaarschap worden overgedragen. Tegelijkertijd komt uit de enquête naar voren dat familiebedrijven op het terrein van duurzaamheid minder sterk afwijken van niet-familiebedrijven dan hun langetermijnoriëntatie doet vermoeden. In hun duurzaamheidsambities worden familiebedrijven bijvoorbeeld begrensd door financiële beperkingen. Hierbij speelt mee dat familiebedrijven doorgaans terughoudend zijn met het aantrekken van extern kapitaal, wat namelijk tot gevolg heeft dat de zeggenschap niet langer binnen de familie blijft. Daarmee vraagt verduurzaming niet alleen om ambitie, maar ook om investeringscapaciteit en een stevige verankering in de bedrijfsstrategie.
Het belang van familiebedrijven
Het belang van familiebedrijven in de Nederlandse economie is groot. Nederland telt ruim 295.000 familiebedrijven met meer dan één werkzame persoon. Ze leveren 2,8 miljoen banen en voegen bijna 160 miljard euro waarde toe aan de economie in 2023, zo blijkt uit data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is ruim 30 procent van alle banen en van de totale waardecreatie van en door het Nederlands bedrijfsleven.
Uit de CBS-data blijkt verder dat familiebedrijven in bepaalde sectoren sterker vertegenwoordigd zijn dan in andere. Dat geldt vooral voor de landbouw, waar 47 procent van alle bedrijven een familiebedrijf is, gevolgd door de horeca (39 procent), autohandel en -reparatie (30 procent), groothandel (26 procent) en detailhandel (24 procent). In sectoren als informatie en communicatie en specialistische zakelijke diensten is hun aandeel juist relatief klein, met respectievelijk 8 en 7 procent.
Familiebedrijven spelen een belangrijke rol in het midden- en kleinbedrijf (mkb) en zijn goed vertegenwoordigd buiten de Randstad. Zo leveren ze veel banen op in Flevoland, Overijssel en Zeeland. De bedrijvigheid van familiebedrijven is het laagst in Noord-Holland, gemeten in het aandeel van de omzet (16 procent), toegevoegde waarde (18,5 procent) en aantal banen (25,6 procent). Een mogelijke verklaring is dat rond Amsterdam veel grote, soms internationale bedrijven gevestigd zijn. Ook heeft die regio veel bedrijven in informatie en communicatie, en zakelijke dienstverlening; sectoren waarin relatief weinig familiebedrijven actief zijn.
Bron: ABN AMRO


