Een interview met Els Martijn, oprichter van Firm of the Future door Marije Groen in ’t Wout

Van rapportageverplichtingen tot CO₂-heffingen, van zorgplicht in de keten tot markttoegang via productdata: Europese duurzaamheidswetgeving blijft het speelveld voor bedrijven ingrijpend veranderen. Maar waar de afgelopen jaren werden gekenmerkt door versnelling en stapeling van regels, is sinds eind 2025 een duidelijke herordening zichtbaar.

De Europese Unie houdt vast aan haar duurzaamheidsambities, maar kiest nadrukkelijk voor meer focus en uitvoerbaarheid. Dat vraagt iets anders van bedrijven dan tot nu toe.
Els Martijn, oprichter van organisatieadviesbureau Firm of the Future, volgt de ontwikkelingen op de voet en publiceerde recent een herijkte tweede editie van het overzicht Stand van zaken EU wet- & regelgeving duurzaamheid. In dit vervolginterview duidt zij wat er fundamenteel is veranderd en wat dat betekent voor bestuurders en sustainability professionals.

Els, in het vorige interview sprak je over ‘de storm die eraan komt’. Is die storm inmiddels gaan liggen?

Els Martijn: “Niet echt. De storm is niet verdwenen, maar wel van karakter veranderd. We zitten niet meer in de fase van steeds nieuwe wetgeving aankondigen, maar in een fase van herordening. De EU heeft eind 2025 expliciet gekozen voor meer focus en uitvoerbaarheid. Dat klinkt voor veel bedrijven als verlichting, maar dat is het niet.”

“De verantwoordelijkheden blijven. Alleen verschuift de nadruk: minder alles tegelijk moeten rapporteren, meer gerichte keuzes maken, onderbouwen en daar bestuurlijk verantwoordelijkheid voor nemen. Dat vraagt volwassenheid.”

Wat was voor jullie de aanleiding om zo snel een tweede editie van het overzicht te maken?

“De herijking ging inhoudelijk verder dan veel bedrijven doorhadden. Met het Omnibus-traject zijn CSRD en CSDDD echt fundamenteel aangepast. Minder bedrijven vallen formeel onder de scope, maar voor wie binnen scope blijft, zijn de verwachtingen scherper geworden.”

“Daarnaast zien we dat de aandacht verschuift van rapportage naar markttoegang. Instrumenten als CBAM, de EUDR en productregelgeving zoals ESPR en digitale productpaspoorten hebben in de praktijk vaak meer impact dan CSRD. Dat vroeg om een nieuwe, samenhangende duiding.”

Veel bedrijven lijken opgelucht dat ze (voorlopig) buiten de CSRD- of CSDDD-scope vallen. Terecht?

“Die opluchting snap ik, maar hij is vaak misplaatst. Formeel vallen veel bedrijven inderdaad buiten de rapportageplicht, maar in de praktijk krijgen ze juist méér vragen. Via klanten, financiers en ketenpartners.”

“CBAM is daar een goed voorbeeld van: vanaf 2026 wordt het een financieel instrument. Geen emissiedata betekent simpelweg hogere kosten. En bij de EUDR geldt: geen aantoonbaar ontbossingsvrije herkomst, geen toegang tot de EU-markt. Dat raakt ook bedrijven die zelf niet rapportageplichtig zijn.”

Betekent dit dat duurzaamheid steeds minder een rapportagevraagstuk wordt?

“Ja, dat zie je heel duidelijk. Rapportage blijft belangrijk, maar is niet meer het eindpunt. Duurzaamheid wordt een sturingsvraagstuk: over producten, ketens, data en strategische keuzes.”

“CSRD-rapportage is in dat opzicht veranderd van een communicatie-instrument naar een bestuurlijk instrument. De kernvraag is niet meer: kunnen we alles rapporteren? Maar: welke keuzes maken we, waarom, en hoe zijn die onderbouwd?”

Jullie leggen veel nadruk op bestuurlijke verantwoordelijkheid. Wat bedoel je daarmee?

“De EU verwacht expliciet dat bestuur en directie keuzes maken over wat materieel is, waar de focus ligt en wat later volgt. Dat hoeft niet perfect te zijn, maar het moet uitlegbaar en consistent zijn.”

“Wat we zien is dat toezicht zich steeds meer richt op proceskwaliteit: hoe zijn besluiten genomen, wie was betrokken, hoe zijn onzekerheden gewogen? Dat is echt een andere manier van kijken dan het afvinken van lijstjes.”

Ook duurzaamheidsclaims krijgen in editie 2 veel aandacht. Waarom juist nu?

“Omdat het speelveld ingewikkelder is geworden. De Green Claims Directive is op EU-niveau ingetrokken, maar dat betekent níet dat er ruimte is ontstaan. Integendeel: handhaving verschuift naar nationale toezichthouders.”

“In Nederland ligt de lat hoog. De ACM toetst claims streng en kijkt niet alleen naar wat je zegt, maar ook naar beelden, framing en context. Claims moeten aansluiten bij wat je doet, wat je rapporteert én wat je kunt bewijzen. Dat maakt inconsistenties snel juridisch en reputatief risicovol.”

Wat is volgens jou de grootste fout die bedrijven nu maken?

“Alles tegelijk willen doen, of juist afwachten. Beide zijn riskant. De EU heeft bewust ruimte gecreëerd om te focussen, maar verwacht wel dat je die ruimte bewust benut.”

“Bedrijven die nu investeren in governance, materialiteit en datavolwassenheid creëren handelingsruimte. Bedrijven die wachten tot alles definitief vastligt, lopen straks tegen harde deadlines aan zonder voorbereiding.”

Wat zou je organisaties aanraden die nu zoeken naar houvast?

“Begin met overzicht. Begrijp welke wetgeving juridisch hard is, waar markttoegang in het spel is en waar reputatie- en claimsrisico’s zitten. Breng in kaart wie dit raakt binnen je organisatie: sustainability, finance, inkoop, IT, legal, marketing.”

“Duurzaamheid is geen eiland meer. Het is een integrale managementopgave geworden.”

Wanneer doe je het, wat jou betreft, ‘goed’?

“Als je eind 2026 niet alles perfect hebt, maar wel kunt uitleggen waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt, hoe je stuurt op risico’s en hoe je consistent bent tussen handelen, rapporteren en communiceren.”

“De bedrijven die duurzaamheid nu benaderen als strategisch kader, in plaats van als regeldruk, zijn het best voorbereid op wat nog komt.”

Het herijkte naslagwerk ‘Stand van zaken EU wet- & regelgeving duurzaamheid editie 2 (jan 2026)’ biedt een actueel en strategisch overzicht van de belangrijkste Europese duurzaamheidsregels en hun onderlinge samenhang. Het boekje is op te vragen via info@firmofthefuture.nl en bedoeld als praktisch kompas voor bestuurders en sustainability professionals.