Industriecluster Rotterdam-Moerdijk wil en kan dé plek zijn voor productie van Sustainable Airvehicle Fuel (SAF). Als belangrijk onderdeel van een duurzame industrie. Beleid, industrie en praktijk moeten samenwerken om dit te bereiken.

Sinds 2025 geldt in de Europese Unie een bijmengverplichting voor SAF. De luchtvaartsector moet een groeiend percentage SAF gebruiken — van 2 procent nu tot 70 procent in 2050. De Nederlandse luchtvaartsector gaat verder dan dat: het Akkoord Duurzame Luchtvaart legt een nationale ambitie vast van 14 procent bijmenging in 2030. ‘Die ambitie is niet afdwingbaar binnen de Europese regels’, zegt Maarten Roelofs van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Maar ze helpt ons wél om op tijd in te groeien naar de hogere wettelijke Europese percentages die eraan komen.’

Randvoorwaarden scheppen

De SAF-roadmap die het ministerie IenW in april dit jaar presenteerde en samen met de luchtvaartsector opstelde, vertaalt die ambities naar concrete stappen voor de periode 2025-2035. Daarin werken overheid, industrie en kennisinstellingen samen aan drie sporen: een efficiënte markt met een robuust wettelijk kader, publiek-private samenwerking via de Duurzame Luchtvaarttafel en flankerend beleid dat investeringen in Nederland aantrekkelijk houdt. Volgens Roelofs is dat laatste, samen met beleidszekerheid, cruciaal: ‘We willen dat productie in Nederland en Europa aantrekkelijk blijft en niet verdwijnt naar het buitenland. Daarvoor moeten we de noodzakelijke randvoorwaarden scheppen: van vergunningen tot infrastructuur.’

Gezamenlijke knelpuntenlijst

Huibert van Rossum, directeur bij het Programmabureau Industriecluster Rotterdam–Moerdijk (PROMO), ziet dagelijks waar het vastloopt. ‘Iedereen wil vooruit, maar het energiesysteem zit vol. Netcongestie, trage vergunningprocedures, gebrek aan regie; dat zijn de remmen op de verduurzaming.’

Het cluster werkt met vijf andere industrieregio’s aan een gezamenlijke knelpuntenlijst voor het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie. ‘We brengen in kaart wie wat moet leveren om een stap vooruit te zetten’, legt Van Rossum uit. ‘Want het systeem werkt pas als alle schakels tegelijk bewegen.’

Volgens hem ligt de sleutel in een gebiedsgerichte aanpak. ‘Niet alleen maatwerk per bedrijf, maar samenwerking op clusterniveau, dicht op de bal. Alleen zo kun je de stap maken van beleid naar uitvoering.’

Investeren in productiecapaciteit

Dat laatste ervaart ook de industrie. Djoeke Altena van Neste, de grootste SAF-producent ter wereld, investeert in Rotterdam 2,5 miljard euro in de uitbreiding van de grootste bioraffinaderij en SAF-fabriek van Europa. “In 2027 staat in Rotterdam de grootste SAF-fabriek ter wereld en kunnen we hier 1,2 miljoen ton SAF per jaar produceren”, vertelt hij.

De grondstoffen — hernieuwbare afval- en reststromen zoals gebruikt frituurvet — zijn voorlopig voldoende beschikbaar. Maar de markt voor duurzame luchtvaartbrandstoffen hapert. “Er is op dit moment meer aanbod dan vraag”, zegt Altena. Ondertussen komt ook veel SAF vanuit andere delen in de wereld, zoals China, op de Europese markt. De vraag is in hoeverre er een gelijk speelveld is voor Europese producenten. “Zonder stevige vraagstimulering verdienen Europese producenten hun investeringen niet terug. Dan is het aantrekkelijker om fabrieken elders te bouwen, of zelfs niet.”

Daarnaast spelen praktische belemmeringen: milieuregels, vergunningen, infrastructuur, en een hogere prijs dan fossiele brandstoffen. “Het gaat niet alleen om geld”, benadrukt Altena. “We hebben voorspelbare spelregels nodig. Anders raakt Nederland zijn aantrekkelijkheid als vestigingsplaats kwijt, terwijl Nederland zulke productie juist graag hier wil hebben. Daarentegen hebben bedrijven die Nederland duurzamer moeten maken juist problemen op dit moment.”

Van ambitie naar uitvoering

De rode draad: Nederland heeft de kennis, de infrastructuur en de ambitie om koploper te blijven in duurzame luchtvaartbrandstoffen, maar alleen als beleid, praktijk en markt elkaar versterken. “De puzzelstukken liggen op tafel”, vatte Van Rossum samen. “Nu moeten we ze passend maken.”

Bron: Nationaal Platform Verduurzaming Industrie (NPVI)