De fiets is allang niet meer alleen een praktisch vervoermiddel. Voor steeds meer organisaties vormt hij een belangrijk onderdeel van duurzaam mobiliteitsbeleid, vitaliteit en bereikbaarheid. De Nijmeegse Radboud Universiteit en retailbedrijf Decathlon zijn al langere tijd bezig om fietsen voor medewerkers, studenten en klanten te stimuleren. Hoe geven zij vorm aan dit beleid en wat is de achtergrond hiervan? We vroegen het de adviseurs op dit gebied.
Bij de Radboud Universiteit draait het vervoersbeleid om een verblijfsvriendelijke campus waar fietsers en wandelaars centraal staan. Nathan Hooghof, mobiliteitsadviseur van de Radboud Universiteit, omschrijft de Nijmeegse campus als “een groene postzegel binnen de stad”. De universiteit wil nadrukkelijk een omgeving creëren waar studenten en medewerkers graag verblijven.
“Wat we willen, is dat studenten en medewerkers naar de campus komen om elkaar te ontmoeten”, vertelt Hooghof. “We zien dat eenzaamheid het grootste probleem is onder studenten. Daarom proberen we actief te stimuleren dat mensen naar de campus komen en dat het prettig is om daar te verblijven.”
Die verblijfsvriendelijke visie heeft direct gevolgen voor het mobiliteitsbeleid. Minder auto’s betekent immers meer ruimte voor groen, ontmoetingsplekken en sportvoorzieningen. “Hoe minder mensen met de auto komen, hoe minder parkeerplaatsen en grote infrastructuur we nodig hebben”, zegt Hooghof. “Die ruimte gebruiken we liever voor een verblijfsvriendelijke campus.”
De universiteit hanteert daarbij het zogeheten STOMP-principe: eerst stappen, dan trappen, vervolgens openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten en pas als laatste de personenauto. “Lopen en fietsen zijn gezond voor jezelf én voor de natuur”, aldus Hooghof. “Bovendien leveren ze weinig files op. Dat zijn dus vervoerswijzen die we echt willen stimuleren.”
Ondersteuning overheid
De Rijksoverheid ondersteunt werkgevers in Nederland bij het slimmer en duurzamer organiseren van woon-werkverkeer en zakelijke mobiliteit. Dit gebeurt door inspirerende praktijkvoorbeelden te delen, informatie te bieden over duurzame reismogelijkheden en werkgevers te ondersteunen met subsidies en concrete handvatten voor de uitvoering. Een belangrijk onderdeel hiervan is het Informatiepunt Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) van RVO, dat werkgevers informeert over de mogelijkheden om hun werkgebonden mobiliteit te verduurzamen.
Daarnaast biedt de COVER-subsidie financiële ondersteuning aan collectieven van werkgevers die investeren in activiteiten en projecten die de CO₂-uitstoot structureel verminderen. Denk hierbij aan het stimuleren van elektrisch rijden, fietsen, openbaar vervoer, deelmobiliteit of thuiswerken, bijvoorbeeld via de arbeidsvoorwaarden. Aanvragen voor de COVER-subsidie verlopen via RVO.
Meer dan alleen een fietsvergoeding
Volgens Hooghof zijn financiële prikkels slechts een deel van het verhaal. “Er wordt vaak heel erg gefocust op de hoogte van de fietsvergoeding”, zegt hij. “Maar wij hebben eigenlijk een vrij lage vergoeding en toch een heel hoog aandeel fietsers. Volgens mij zit het veel meer in andere dingen dan alleen geld.”
Die ‘andere dingen’ zijn bijvoorbeeld goede stallingen, aantrekkelijke voorzieningen en bewust beleid rond autogebruik. De campus beschikt over grote fietsenstallingen, deels inpandig en beveiligd.
“Medewerkers hebben vaak duurdere fietsen en willen die graag veilig stallen”, legt Hooghof uit. “Studenten zetten hun fiets soms liever dichtbij de eindbestemming tegen een boom en lopen een stukje. We proberen rekening te houden met die verschillende behoeften.”
De nieuwe mobiliteitsvisie heeft er ook toe geleid dat vanaf 1 juli de reiskostenregeling van de universiteit aangepast wordt. Fietsers krijgen iets meer vergoeding per kilometer, terwijl automobilisten juist flink minder tegemoetkoming ontvangen. Ook worden de kosten van parkeerabonnementen verdubbeld. “Als je echt staat voor duurzame mobiliteit, dan moet je soms ook keuzes durven maken”, zegt Hooghof. “We willen gewoon dat mensen minder vaak met de auto naar de campus komen.”
De maatregel sluit aan bij bredere uitdagingen rond bereikbaarheid. Nijmegen groeit snel, terwijl infrastructuur niet onbeperkt kan meegroeien. “Je wilt dat mensen die niet per se met de auto hoeven, op een andere manier reizen”, aldus Hooghof. “Fietsen is dan een hele prettige manier om je te verplaatsen.”
E-bike als gamechanger
Binnen die transitie speelt de elektrische fiets een belangrijke rol. Volgens Hooghof maakt de e-bike het mogelijk om grotere afstanden aantrekkelijk te overbruggen. “De e-bike is echt een belangrijke ontwikkeling om fietsen verder te stimuleren”, zegt hij. “Vooral voor langere afstanden. Mensen kunnen met minder moeite verder fietsen en zonder helemaal bezweet op hun werk aankomen.”
Daarom paste de universiteit onlangs ook de fietsregeling aan. Medewerkers mogen minder vaak een nieuwe fiets aanschaffen via de regeling, maar het maximale bedrag ging omhoog.
“Een goede e-bike is behoorlijk duur, maar gaat ook lang mee”, zegt Hooghof. “Waarom zou je elke drie jaar een goedkopere fiets nemen als je ook één keer in de zes jaar een kwalitatief betere fiets kunt kopen?” Daarnaast kunnen medewerkers via een cafetariamodel vakantiedagen of een dertiende maand inzetten voor de aanschaf van een fiets.
Spitsdrukte spreiden
De Radboud Universiteit kijkt niet alleen naar het vervoermiddel zelf, maar ook naar het moment waarop mensen reizen. Samen met de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) werd eerder besloten om collegetijden van beide instellingen iets te verschuiven. “Wij beginnen een kwartier eerder en de HAN een kwartier later”, vertelt Hooghof. “Dat hielp echt om de enorme piekspits in het openbaar vervoer en op de fietspaden te verminderen.”
De universiteit onderzoekt inmiddels met andere grote werkgevers in de regio of verdere spreiding van werktijden mogelijk is. “Alle infrastructuur is nu gebaseerd op die ene spits”, zegt Hooghof. “Terwijl de rest van de dag die infrastructuur veel minder intensief wordt gebruikt.”
Ook wordt gekeken naar park-and-ride-oplossingen buiten de campus. Daarbij werkt de universiteit samen met gemeente, vervoerders en andere onderwijsinstellingen.
Duurzaamheid als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering
Bij retailbedrijf Decathlon ligt de focus eveneens sterk op duurzame mobiliteit, al maakt die onderdeel uit van een veel bredere duurzaamheidsagenda.
Mario Kramer, Sustainable Development Leader bij Decathlon Nederland (foto), is lid van het landelijke managementteam en werkt rechtstreeks samen met de CEO. “Ik ben verantwoordelijk voor de hele scope van duurzame ontwikkeling waar wij invloed op hebben”, vertelt Kramer. “Dat gaat over medewerkers, CO2-impact, circulaire diensten en ook de klant.”
Volgens Kramer is duurzaamheid onlosmakelijk verbonden met de producten die Decathlon verkoopt. “We hebben grotendeels onze eigen producten en daar zit veel CO2-impact in”, zegt hij. “Sporten doe je bovendien vaak in de natuur. Dus willen we die impact zo laag mogelijk houden.”
Om die reden brengt Decathlon de volledige CO2-footprint van de organisatie in kaart, inclusief woon-werkverkeer. “We willen weten waar onze impact vandaan komt en hoe we die kunnen verminderen”, aldus Kramer.
Storytelling en bewustwording
Ook Decathlon probeert medewerkers te stimuleren vaker de fiets of het openbaar vervoer te gebruiken. Daarbij draait het volgens Kramer vooral om bewustwording. “We hebben een reisbeleid waarin duurzaamheid wordt uitgelegd”, zegt hij. “We maken duidelijk dat fietsen gezond is, financieel aantrekkelijk kan zijn en ook goed is voor onze CO2-footprint.”
Decathlon verstrekt reiskostenvergoedingen en stimuleert het bedrijf het gebruik van openbaar vervoer via een OV-kaartensysteem. “De Retail Non-Food CAO vergoedt reiskosten pas vanaf 10 tot 40 kilometer enkele reis. Decathlon kiest er juist voor om vanaf de eerste kilometer te vergoeden (0 tot 30 kilometer). Hierdoor is fietsen ook interessanter, want de meeste fietsers wonen binnen een straal van 10 km van hun werkplek. Verder proberen we met storytelling medewerkers na te laten denken over de keuzes die ze maken”, aldus Kramer.
Nederland loopt daarin volgens hem internationaal voorop. “Binnen Decathlon is Nederland verreweg het land waar het meest gebruik wordt gemaakt van duurzame vervoersmethodes”, zegt Kramer. “Dat komt ook door de infrastructuur hier.”
De retailer onderzoekt momenteel bovendien de invoering van het leasen van fietsen voor medewerkers. Daarmee zouden werknemers voordelig fietsen kunnen aanschaffen via Decathlon zelf. “Van kinderfietsen tot elektrische fietsen: we hebben eigenlijk alles in het assortiment”, zegt Kramer.
Fietsen als sociaal middel
Volgens Kramer heeft de fiets in Nederland niet alleen een praktische, maar ook een sociale functie. “Ik ben opgegroeid met een fiets”, vertelt hij. “Voor mij was het altijd normaal om ermee naar sport te gaan of met vrienden af te spreken. Maar ik ben er later achter gekomen dat dat helemaal niet voor iedereen vanzelfsprekend is.”
Vanuit die gedachte neemt Decathlon deel aan maatschappelijke initiatieven zoals de City Deal ‘Fietsen voor Iedereen’. Daarbij werkt het bedrijf samen met andere organisaties om mensen toegang te geven tot een fiets.
Daarnaast zet Decathlon sterk in op circulariteit. Klanten kunnen oude fietsen inleveren via het buyback-programma, waarna de fietsen worden opgeknapt en opnieuw verkocht. De retailer beschikt daarvoor over eigen werkplaatsen in winkels en distributiecentra. “Wij stimuleren klanten om fietsen goed te onderhouden en tijdig te repareren door hiervoor de nodige tools en services aan te bieden. Voor opgroeiende kinderen is er bovendien nu ook de optie tot kinderfietsabonnement waarbij de fiets steeds ingeruild kan worden voor een groter model. Zo hoeft er niet steeds een nieuwe aangekocht worden”, zegt Kramer.
Gedragsverandering centraal
“Focus je niet alleen op de hoogte van de fietsvergoeding”, adviseert Hooghof aan andere organisaties. “Kijk vooral wat je verder nog kunt doen om fietsen aantrekkelijker te maken.”
Kramer sluit zich daarbij aan. Volgens hem werkt duurzaam mobiliteitsbeleid alleen als gezondheid, financiën en duurzaamheid hand in hand gaan. “Wij kijken steeds naar de combinatie van people, planet en profit”, zegt hij. “Dat geldt ook voor medewerkersmobiliteit.”
Benieuwd naar de mogelijkheden voor uw bedrijf? Start met verduurzamen werkgebonden personenmobiliteit | RVO.nl

