Nederlanders zijn bewust bezig met hun voedselkeuzes, maar zij kiezen meestal niet voor de biologische varianten van eten en drinken. Dat vond Ipsos I&O in een onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Yoghurt, kwark, eieren en fruit zijn bij het ontbijtmoment de producten waarbij Nederlanders als eerst voor de biologische variant zouden kiezen.
De meeste Nederlanders staan wel eens stil bij het maken van gezonde voedselkeuzes. Ongeveer één op de vijf (18%) zegt bewust te eten en zoveel mogelijk te kiezen voor gezonde of duurzame producten. Vier op de tien (40%) letten vaak op gezonde of duurzame keuzes en nog eens één op de drie (33%) let hier af en toe op.
Dat Nederlanders letten op gezond en duurzaam eten betekent niet dat ze ook vaak kiezen voor biologische producten. Zes op de tien Nederlanders (60%) zeggen meestal niet voor de biologische variant van eten en drinken te kiezen. Een kwart (25%) doet dat ongeveer even vaak wel als niet en zestien procent kiest vaker of zelfs (bijna) altijd voor de biologische variant. Voor de meeste Nederlanders is biologisch eten en drinken nu dus niet de standaard.
Nederlanders die wel eens biologisch eten of drinken kopen, kiezen daarbij vooral voor de biologische variant van groenten (62%), eieren (48%) en fruit (46%). De belangrijkste redenen om voor biologische producten te kiezen zijn dat het beter is voor natuur, bodem en biodiversiteit en vanwege het milieu (duurzaamheid). Nederlanders noemen deze redenen vaker dan bijvoorbeeld dierwelzijn of het willen steunen van de boeren. De belangrijkste drempel om vaker biologische producten te kopen is de prijs. Dit is voor driekwart van de Nederlanders (73%) de belangrijkste drempel.
Favoriete biologische ontbijtproducten: yoghurt en kwark
In het onderzoek was er extra aandacht voor biologische producten bij het ontbijt. Het ontbijtproduct waarbij Nederlanders het snelst voor de biologische variant zouden kiezen, is yoghurt of kwark. Meer dan vier op de tien (43%) van degenen die regelmatig yoghurt of kwark bij het ontbijt eten, zouden dit product als eerste biologisch kiezen. Eieren (28%), fruit (23%) en melk (20%) worden ook relatief vaak genoemd als eerste biologische product, ook al worden deze producten in absolute zin minder vaak gegeten bij het ontbijt. Daar tegenover staan producten als brood (17%) en koffie of thee (5%), die wel door heel veel Nederlanders worden genuttigd bij het ontbijt, maar die niet populair zijn om als biologische variant te kopen. Er is maar een klein aandeel (6%) dat aangeeft helemaal niet bereid te zijn om de biologische variant te kopen van een van de producten die zij regelmatig eten of drinken bij het ontbijtmoment.
Stel, u kiest morgen bij het ontbijt van één alledaags product de biologische variant. Welk product heeft dan uw eerste voorkeur? (respondenten konden alleen de producten kiezen waarvan ze aangaven die regelmatig (minstens één keer per maand) te eten of drinken bij het ontbijt)

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de vernieuwde overheidscampagne ‘Biologisch. Dat smaakt naar meer’. Deze campagne is erop gericht om Nederlanders bewust te maken van de voordelen van biologisch voedsel en hen te stimuleren vaker voor biologische producten te kiezen. De komende tijd staat in de campagne het ontbijt centraal.
Onderzoeksverantwoording
Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een online kwantitatieve vragenlijst in het I&O Research Panel. Hiervoor is een steekproef van 600 panelleden per provincie getrokken (7.200 in totaal), representatief per provincie op de kenmerken geslacht, leeftijd (18+) en opleidingsniveau. De dataverzameling vond plaats van 11 tot en met 21 september 2026. In totaal hebben 4.045 respondenten volledig aan het onderzoek deelgenomen.
Op de netto steekproef zijn twee afzonderlijke wegingen toegepast: één op landelijk niveau en één op provinciaal niveau. Zodoende zijn de uitkomsten representatief voor inwoners van Nederland op kenmerken: leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en provincie. Waar provincies onderling met elkaar worden vergeleken, is de weging op provinciaal niveau toegepast en is iedere provincie afzonderlijk representatief op leeftijd, geslacht en opleidingsniveau.
Bron: psos I&O


