Grote niet-EU-ondernemingen moeten zelf kunnen bepalen welke geografische reikwijdte het beste past bij hun duurzaamheidsverslaggeving onder de Europese Standaarden voor Duurzaamheidsinformatie (ESRS). Voorwaarde is wel dat de gekozen aanpak is gebaseerd op een robuuste impactmaterialiteitsanalyse en dat de verslaggeving als geheel een getrouw beeld geeft van de materiële duurzaamheidsimpact binnen de gekozen reikwijdte. Dit schrijft Eumedion in haar vandaag ingediende reactie op de consultatie van EFRAG over de ontwerpstandaard voor duurzaamheidsverslaggeving door grote niet-EU-ondernemingen (ESRS 40a).

Eumedion vindt dat de desbetreffende ondernemingen moeten kunnen kiezen voor een wereldwijde, EU-gerichte of, mits goed gemotiveerd, gemengde aanpak, waarbij de geografische reikwijdte per duurzaamheidsonderwerp kan verschillen. Eumedion plaatst wel kanttekeningen bij die laatste mogelijkheid, omdat deze de samenhang en vergelijkbaarheid van de verslaggeving kan verminderen.

Verder vindt Eumedion dat de gekozen aanpak onafhankelijk controleerbaar moet zijn en dat beleggers voldoende context moeten krijgen om de gerapporteerde impacts te begrijpen. Ook moet ESRS 40a zo goed mogelijk aansluiten op de verslaggevingsstandaarden van de International Sustainability Standards Board (ISSB), zodat ondernemingen bestaande ISSB-informatie zoveel mogelijk kunnen benutten om aan de Europese verslaggevingseisen te voldoen.

 

Bron: Eumedion