De strategische agenda in de Nederlandse boardroom verbreedt zich in 2026. Waar in eerdere jaren een beperkt aantal thema’s sterk domineerde, krijgen veel thema’s nu een vergelijkbare mate van belangrijkheid. Besluitvorming wordt complexer doordat een groeiende lijst strategische vraagstukken tegelijk aandacht vraagt, met een minder vanzelfsprekende prioritering. Dit blijkt uit het Berenschot Strategie Trendsonderzoek 2026.

Jaarlijks onderzoekt Berenschot welke onderwerpen centraal staan in de Nederlandse boardroom. Dat maakt inzichtelijk welke thema’s het meest genoemd worden, welke onderwerpen in belang stijgen of dalen en hoe dit doorwerkt in strategische besluitvorming. In 2026 verschuift de agenda op een aantal essentiële punten. Niet zozeer doordat één nieuw thema alles overheerst, maar juist doordat de agenda zich verbreedt en prioriteiten dichter bij elkaar komen te liggen.

Arbeidsmarkt blijft het belangrijkst, maar de urgentie neemt af en verschilt sterk per sector

De top vijf strategische prioriteiten in 2026 bestaat uit: arbeidsmarkt, innovatie/disruptie, energietransitie, digitalisering en wet- en regelgeving. Deze thema’s domineren de agenda doordat organisaties moeite hebben adequaat te reageren op krapte, technologische versnelling en toenemende maatschappelijke druk. De arbeidsmarkt blijft het belangrijkste thema, maar de urgentie verschilt sterk per sector: in zorg & life sciences, bouw, transport & logistiek en overheid blijft de schaarste uitzonderlijk groot. Met name de zorgsector kampt met structurele tekorten die gevolgen hebben voor kwaliteit, doorlooptijden en innovatiekracht.

Duurzaamheid/MVO is gedaald van 19% naar 14% als strategisch onderwerp in de boardroom. Energietransitie staat juist op de derde plaats en is gestegen van 18% naar 21%.

(klik op de afbeelding om te vergroten)

Over het onderzoek

Berenschot heeft het Strategie Trendsonderzoek 2026 uitgevoerd door middel van een enquête die online beschikbaar was en ingevuld kon worden tot januari 2026. De enquête bestond voornamelijk uit meerkeuzevragen. Daarnaast is een aantal
open vragen toegevoegd om nuancering in de beantwoording mogelijk te maken. Aangezien sommige vragen betrekking hebben op concurrentiegevoelige onderwerpen, hebben we de deelnemers anonimiteit gegarandeerd ten aanzien van de analyse en de publicatie van resultaten. De respons is derhalve in zijn geheel geanalyseerd en uitkomsten kunnen niet worden herleid naar specifieke organisaties.

Over het geheel genomen geeft de deelnemersgroep een representatief beeld van de organisaties in Nederland. In totaal hebben dit jaar 608 respondenten deelgenomen aan het onderzoek. De deelnemers zijn benaderd via het netwerk van Berenschot. Daarmee richten we ons op de gehele top  van het Nederlandse bedrijfsleven, maar ook op semipubliek, onderwijs en zorg. De steekproef bestaat hoofdzakelijk uit professionals in generalmanagementposities: van dga’s (9%), bestuurders (49%) en
toezichthouders (2%) tot (top)managers (20%) en hun adviseurs (9%) van grote, middelgrote en kleine organisaties in Nederland. In de gerapporteerde omzet is voldoende spreiding te zien en bovendien een spreiding die recht doet aan de populatieverdeling.

Bron: Berenschot