De Europese chemische industrie staat onder druk. Hoge energieprijzen, mondiale concurrentie en klimaatdoelen zetten de sector voor fundamentele keuzes. Nieuw onderzoek van TNO laat zien dat verduurzaming niet hoeft te leiden tot afbouw van industrie, maar juist kan voortbouwen op bestaande kracht.
Een strategische industrie
De Trilaterale Chemische Regio, bestaande uit Nederland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen, vormt het hart van de Europese chemische industrie. De regio beschikt over een uniek netwerk van productieclusters, pijpleidingen en industrieën dat in decennia is opgebouwd. Juist dit geïntegreerde industriële systeem – met productieclusters, grensoverschrijdende pijpleidingen, gedeelde voorzieningen en bestaande productiemiddelen – biedt een sterke uitgangspositie voor de transitie, maar maakt de regio ook kwetsbaar wanneer essentiële installaties wegvallen.
Niet afbreken, maar ombouwen
Volgens TNO hoeft de transitie niet te beginnen met het vervangen van fabrieken, maar met het vervangen van fossiele koolstof. Door fossiele grondstoffen stap voor stap te vervangen door circulaire en hernieuwbare alternatieven, en downstreamprocessen waar mogelijk te elektrificeren, kan de bestaande industriële basis grotendeels behouden blijven.
“De vraag is niet óf Europa een chemische industrie nodig heeft, maar hoe we die industrie losmaken van fossiele koolstof zonder haar concurrentiekracht te verliezen.” – Frank Wubbolts, Senior Scientist Integrator, TNO
Verder kijken dan productie
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat duurzaamheid niet alleen draait om emissies tijdens productie. Voor veel chemische producten ontstaat een groot deel van de klimaatimpact pas aan het einde van de levensduur, bijvoorbeeld wanneer materialen worden verbrand.
Vanuit dat perspectief is het relevant om niet alleen naar productie-emissies te kijken, maar ook naar de volledige levenscyclus van producten en de herkomst van de gebruikte koolstof.
De brug naar een fossiel-arme chemische industrie
Methanol, ethanol en paraffinen uit afval en biomassa kunnen volgens TNO fungeren als nieuwe bouwstenen voor de chemische industrie. Deze grondstoffen maken het mogelijk om bestaande installaties te blijven benutten, terwijl de afhankelijkheid van fossiele bronnen afneemt. Omdat duurzame koolstof en hernieuwbare energie beperkt beschikbaar zijn, zijn gerichte keuzes nodig over de inzet van lokale grondstoffen, import en verwerkingscapaciteit.
Concurrentiekracht én verduurzaming
De studie laat zien dat verduurzaming en concurrentievermogen geen tegenstelling hoeven te zijn. Door bestaande industriële infrastructuur te benutten, fossiele koolstof te vervangen door circulaire en hernieuwbare alternatieven en duurzaamheid op productniveau te stimuleren, kan Europa werken aan klimaatdoelen én economische weerbaarheid. Daarvoor zijn drie randvoorwaarden essentieel: betrouwbare toegang tot koolstofarme energie en grondstoffen, een rendabele businesscase voor duurzamere productieroutes en heldere, verifieerbare productnormen die duurzaamheid in de markt herkenbaar en waardeerbaar maken.
Van inzicht naar transformatie
De uitdagingen voor de chemische industrie zijn niet alleen technologisch. Ze raken ook aan investeringsbeslissingen, infrastructuur, ketensamenwerking, regelgeving en marktontwikkeling. Juist op dat snijvlak ondersteunt TNO bedrijven, overheden en ketenpartners bij de transformatie naar een duurzame en concurrerende industrie.
Met analyses van technologieën, waardeketens, grondstoffen- en energiestromen brengt TNO de afhankelijkheden en impact van verschillende transitiepaden in kaart, van afzonderlijke productieroutes tot clusters en grensoverschrijdende ketens. Zo helpen we organisaties om onderbouwde keuzes te maken voor investeringen, innovatie en samenwerking in een veranderend industrieel landschap.



