De verduurzaming van het doelgroepenvervoer zet door. Inmiddels is 49% van de voertuigen zero-emissie (ZE). Dat blijkt uit de vierde RVO-monitor Zero Emissie Doelgroepenvervoer. Het aandeel ZE-voertuigen is daarmee met 4 procentpunt hoger dan vorig jaar. Dit jaar namen 246 gemeenten deel, 39 meer dan in 2025.
De cijfers laten zien dat gemeenten en vervoerders de verduurzaming van het doelgroepenvervoer voortzetten. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat verduurzaming niet vanzelf gaat. Vooral de beschikbaarheid van geschikte zero-emissie rolstoelbussen, laadmogelijkheden en netcapaciteit zijn belangrijke knelpunten.
Verschillen tussen gemeenten
De monitor brengt de ontwikkeling bij steeds meer gemeenten in beeld. Naar schatting zijn inmiddels ongeveer 8.057 van de 16.444 voertuigen in het Nederlandse doelgroepenvervoer zero-emissie.
De ontwikkeling verschilt per type vervoer. Bij personenbussen steeg het aandeel zero-emissie voertuigen van 54 procent in 2025 naar 57 procent in 2026. Bij personenauto’s is inmiddels 73 procent zero-emissie. Bij rolstoelbussen blijft het aandeel met 12 procent gelijk aan vorig jaar.
Ook tussen opdrachtgevers zijn verschillen zichtbaar. Het aandeel zero-emissie voertuigen varieert van 15 tot 97 procent. Het aandeel zero-emissie kilometers loopt uiteen van 6 tot 100 procent. Daarmee laat de monitor zien dat gemeenten en regio’s op verschillende manieren en in verschillende omstandigheden werken aan de verduurzaming van het vervoer.
Voor verdere verduurzaming worden verschillende knelpunten gesignaleerd. De beschikbaarheid van zero emissie rolstoelbussen en de actieradius daarvan zijn belangrijke knelpunten. Daarnaast zijn voldoende, geschikte en beschikbare laadmogelijkheden belangrijk voor de verdere verduurzaming. Ook netcongestie speelt een rol.
De uitdagingen verschillen per vervoersvorm. Bij routegebonden vervoer wordt vooral het laden rondom de standplaats of woning van de chauffeur genoemd. Bij vraagafhankelijk vervoer speelt de beschikbare netcapaciteit bij laadlocaties een belangrijke rol.
Gemeenten kunnen het niet alleen
Volgens VDVN laten de resultaten zien dat gemeenten volop werken aan verduurzaming, maar dat zij voor een deel van de randvoorwaarden afhankelijk zijn van andere partijen.
Lisette de Lijster de Raadt, voorzitter VDVN: “Gemeenten laten zien dat zij serieus werk maken van de verduurzaming van het doelgroepenvervoer. Maar de volgende stap vraagt om meer dan alleen de aanschaf van elektrische voertuigen. Geschikte voertuigen, laadmogelijkheden en voldoende netcapaciteit zijn randvoorwaarden. Gemeenten kunnen dit niet alleen oplossen. Goede ondersteuning en samenwerking met het Rijk, netbeheerders en de sector zijn nodig om de verduurzaming verder te brengen.”
Gemeenten hebben onder meer invloed op de locatie en beschikbaarheid van laadpunten, parkeerbeleid en vergunningen. Netbeheerders spelen een belangrijke rol bij de beschikbare netcapaciteit en aansluitingen. Ook vervoerders hebben een belangrijke rol bij de aanleg en het gebruik van laadinfrastructuur.
Nieuwe aanbestedingen bieden kansen
Een groot deel van de huidige contracten loopt af tussen 2027 en 2029. Dit biedt nieuwe mogelijkheden om verduurzaming bij nieuwe contracten verder voort te zetten.
VDVN wil daarbij ondersteunen met kennisdeling en praktische informatie. In 2026 en begin 2027 worden daarom verschillende kennisbijeenkomsten georganiseerd over zero-emissie doelgroepenvervoer, waaronder laadinfra en de praktische toepassing van zero-emissie voertuigen.
Over VDVN
VDVN, de Vereniging Doelgroepenvervoer Nederland, draagt bij aan betrouwbaar, toegankelijk en kwalitatief goed vervoer voor mensen die niet zelfstandig kunnen reizen.
VDVN is de branchevereniging voor opdrachtgevers die verantwoordelijk zijn voor het doelgroepenvervoer. Als kennisplatform versterken wij de deskundigheid van onze leden door het actief delen van kennis, ervaring en informatie. Wij brengen opdrachtgevers bijeen en behartigen de belangen van onze leden.
Bron: VDVN

