Onderzoek door Ipsos onder werkgevers in opdracht van het ministerie van IenW laat zien dat de meeste organisaties al verschillende mobiliteitsmaatregelen hebben getroffen, maar dat hun ambities voor nieuwe maatregelen stagneren en zich nu voornamelijk beperken tot het bevorderen van schoner reizen. Minder vaak dan enkele jaren geleden zetten werkgevers extra stappen om werknemers te stimuleren minder of op een andere manier te reizen.
Duurzame mobiliteit onderdeel van het reguliere werkgeversbeleid
In de zesde werkgeversenquête, uitgevoerd door Ipsos in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, zijn in totaal 1.056 werkgevers met meer dan 100 werknemers bevraagd over hun beleid en ambities met betrekking tot het verduurzamen van het reisgedrag van hun medewerkers. De uitkomsten laten zien dat het merendeel van de werkgevers over een breed pakket aan maatregelen beschikt. Zo bieden vrijwel alle werkgevers hun medewerkers een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer en twee derde biedt een thuiswerkregeling, flexibele werktijden en laadpunten voor elektrische auto’s op de werklocatie aan.
Ruim de helft van de ondervraagde werkgevers noemt duurzaamheid een kernwaarde van de organisatie en zegt bewust na te denken over hun mobiliteitsbeleid. Ruim een derde van de werkgevers geeft aan dat ze een actief mobiliteitsbeleid voeren. Deze aandelen zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven.
Ambitie voor nieuwe stappen stagneert
Ondanks deze positieve instelling, lijkt het in de praktijk verder bevorderen van duurzaam reisgedrag te stagneren. In vergelijking met de eerste enquête in 2020 is het aandeel werkgevers dat verwacht het komende jaar aanvullende maatregelen te nemen steeds minder geworden. De resultaten uit 2026 komen grotendeels overeen met die van 2025. Waar in 2020 nog 71 procent van de werkgevers aangaf het komende jaar minder reizen (bijv. met behulp van thuiswerken) te stimuleren, zijn die aandelen in 2025 en 2026 nog maar 22 procent (zie figuur 1).
Figuur 1. De mate waarin werkgevers verwachten het komend jaar slimmer reizen (bijv. flexwerken, thuiswerken) te stimuleren.

Een vergelijkbare trend zien we voor stimuleren van anders reizen (bijv. met de fiets of het openbaar vervoer) (zie figuur 2). Het aandeel werkgevers dat dit het komend jaar verwacht te doen is afgenomen van 55 procent in 2020 tot 35 procent in 2025 en 36 procent in 2026.
Figuur 2. De mate waarin werkgevers verwachten het komend jaar anders reizen (bijv. gebruik van de fiets of openbaar vervoer) te stimuleren.

Ook het aandeel werkgevers dat verwacht het komend jaar schoner reizen (bijv. met een elektrische i.p.v. een benzineauto) te stimuleren is afgenomen de afgelopen jaren (zie figuur 3). In 2020 verwachtte nog 45 procent dit het komend jaar te doen. In 2025 was dit aandeel nog maar 32 procent. Ook dit jaar zette de daling verder door (naar 29%).
Figuur 3. De mate waarin werkgevers verwachten het komend jaar schoner reizen (bijv. faciliteren van oplaadfaciliteiten elektrische auto) te stimuleren.

Daarnaast geven meer werkgevers aan dat ze het komende jaar niet verwachten duurzaam reisgedrag te stimuleren. Ten opzichte van 2025 verwachten meer werkgevers slimmer (33% vs. 20% in 2025), anders (23% vs. 15%) en schoner reizen (26% vs. 13%) niet te stimuleren (ze figuren 1, 2 en 3). Mogelijk hebben de stagnerende ambities te maken met de maatregelen die werkgevers in vorige jaren al hebben genomen.
Thuiswerken neemt af
De gestagneerde ambitie van werkgevers om minder te reizen te stimuleren zien we niet terug in de acceptatie van hybride werken (72%) en het aandeel thuiswerkers (51%). Dat blijft op hetzelfde niveau als in de voorgaande jaren. Er is echter wel een dalende trend zichtbaar van het aantal dagen dat medewerkers thuiswerken. Dit jaar werkt voor het eerst meer dan de helft van de medewerkers slechts één dag in de week thuis, terwijl in 2023 de grootste groep twee dagen in de week thuiswerkte (zie figuur 4).
Figuur 4. Aantal dagen dat medewerkers gemiddeld thuiswerken bij werkgevers waar dat mogelijk is.

In vergelijking met vorig jaar heeft een groter aandeel werkgevers een minimum aantal kantoordagen voor hun medewerkers ingesteld (42% vs. 30%) en bovendien zijn werknemers de afgelopen jaren elk jaar iets minder vrij geworden om zelf te bepalen hoe vaak en wanneer ze op kantoor komen. In 2026 gaf 22 procent van de werkgevers aan dat hun medewerkers hier volledig vrij in waren, in 2023 was dit nog 34 procent.
Ook reizen op een andere manier stabiel gebleven
Het vervoermiddelgebruik voor zowel woon-werkverkeer als de zakelijke mobiliteit blijft grotendeels onveranderd de afgelopen jaren. Net als in 2020 reist, volgens werkgevers, 58 procent van hun werknemers met de auto van en naar werk. Ook voor zakelijke afspraken gebruiken werknemers even vaak de auto (80%) als de afgelopen jaren. Het autogebruik blijft dus gelijk ondanks een lichte toename van het aantal faciliteiten dat werkgevers bieden aan werknemers die met de fiets naar het werk komen. Zo hebben zij vaker dan voorgaande jaren de beschikking over oplaadmogelijkheden voor de e-bike, voorzieningen om een band te plakken, zoals een fietspomp. Daarnaast is er een lichte stijging van het aantal werkgevers dat een leasefietsregeling aanbiedt.
Slechts een kwart van de werkgevers overweegt het aantal oplaadmogelijkheden voor e-bikes uit te breiden. Acht op de tien werkgevers vergoeden de gemaakte reiskosten van werknemers voor gebruik van het openbaar vervoer, al bepalen zij de hoogte van de vergoeding vaker op basis van een vast bedrag per kilometer (54% vs. 39% in 2025) in plaats van de gemaakte kosten te vergoeden (49% vs. 53%).
Schoner reizen vooral gestimuleerd door elektrificatie
Werkgevers stimuleren het schoner reizen van hun werknemers vooral door de elektrificatie van auto’s te bevorderen. Zo heeft 70 procent van de werkgevers laadpunten voor elektrische auto’s – vorig jaar was dat nog 64 procent. Een derde (34%) stimuleert leaserijders om elektrisch te rijden, ook dat is een toename ten opzichte van 2025 (27%). Het verplichten van leaserijders elektrisch te rijden lijkt een steeds populairdere maatregel te worden onder werkgevers. In 2025 gaf 17 procent van de werkgevers aan dat te doen, dit jaar is dat een kwart. Nog eens 10 procent overweegt die maatregel in te voeren. Vier op de tien (39%) werkgevers overwegen ook om het aantal laadpunten voor elektrische auto’s uit te breiden, ook dat is een toename ten opzichte van 2025 (35%).
Kleinere werkgevers zijn minder met verduurzaming bezig
Dezelfde vragen zijn ook voorgelegd aan werkgevers met minder dan 100 werknemers. Net als voorgaande jaren zijn deze kleine werkgevers minder vaak bezig met verduurzaming van de werkgebonden personenmobiliteit dan werkgevers met 100 of meer werknemers. Zo behoort duurzaamheid minder vaak tot de kernwaarden van een kleine werkgever (48% t.o.v. 61% onder grote werkgevers) en voeren ze minder vaak actief beleid op het gebied van duurzame mobiliteit (22% vs. 37%) dan werkgevers met 100 werknemers of meer.
Dit zien we ook terug in de mate waarin kleinere bedrijven minder reizen stimuleren. Zo is thuiswerken hier minder geaccepteerd. Bij ongeveer de helft van de kleine werkgevers is hybride werken geaccepteerd (46%), terwijl dat bij ruim driekwart van grote werkgevers het geval is (79%). Ook werkt een kleiner aandeel thuis bij kleine werkgevers. Bij driekwart van de kleine werkgevers werkt maximaal een kwart van de werknemers regelmatig thuis. Bij werkgevers met meer dan 100 werknemers is dat de helft. In vergelijking met kleine werkgevers, zijn er bij grote werkgevers vaak ook meer voorzieningen voor thuiswerken, zoals een thuiswerkregeling en -vergoeding, flexibele werktijden en de mogelijkheid om op andere locaties te werken.
Ook anders reizen wordt minder gestimuleerd door kleine werkgevers. Slechts zes op de tien vergoeden de woonwerk-verkeer reiskosten indien de werknemer gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Bij grote werkgevers doen ruim acht op de tien dat. Een OV-abonnement, aanschafregeling voor de fiets en leasefietsregeling worden minder vaak aangeboden door kleine werkgevers.
Daarnaast vindt het bevorderen van schoner reizen meer plaats bij grote werkgevers. Zo zijn kleine werkgevers bijvoorbeeld iets minder vaak van plan om het aantal laadpunten voor elektrische voertuigen uit te breiden dan werkgevers met 100+ werknemers (34% vs. 39%).
Onderzoeksverantwoording
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zette Ipsos I&O in maart 2026 de werkgeversenquête uit onder werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Aanvullend werden werkgevers met 2 tot 99 medewerkers uitgenodigd. Werkgevers zijn geworven uit het LISA-register. Daarnaast zijn werkgevers benaderd via het I&O ondernemerspanel en het I&O onderzoekspanel. De werkgeversenquête wordt sinds 2020 jaarlijks uitgezet. In totaal deden 1.056 grote werkgevers mee aan het onderzoek, deze resultaten zijn gewogen en daarmee representatief voor werkgevers met meer dan 100 medewerkers op aantal medewerkers, bedrijfsgrootte en mate van stedelijkheid. Daarnaast namen 713 kleine werkgevers deel.
Bron: Ipsos
