Op een zonnige werkdag kan een bedrijf meer elektriciteit opwekken dan het op dat moment verbruikt. De machines draaien misschien op halve kracht, het magazijn is rustig of een deel van de productie vindt pas later plaats. De zonnepanelen blijven ondertussen stroom leveren. Die elektriciteit kan worden teruggeleverd, maar er zijn ook andere mogelijkheden.

Daarmee komt energiehandel in beeld. Voor bedrijven met eigen opwek of batterijopslag kan het interessant zijn om te kijken wanneer stroom het beste gebruikt, opgeslagen of verkocht kan worden. Dat vraagt wel om meer dan een blik op de actuele elektriciteitsprijs.

Verkopen of toch zelf bewaren?

Stel dat een bedrijf rond het middaguur veel zonnestroom over heeft. Terugleveren ligt voor de hand, maar misschien heeft het die energie aan het einde van de middag nodig voor elektrische bedrijfswagens of productieapparatuur. Met een batterij kan een deel van het overschot worden bewaard.

De keuze hangt af van het verwachte verbruik en de prijzen op verschillende momenten. Als de stroom later nodig is, kan zelf gebruiken aantrekkelijker zijn dan verkopen en op een later tijdstip opnieuw elektriciteit inkopen. Is er weinig eigen vraag, dan kan teruglevering of handel juist meer voor de hand liggen.

Daarbij telt ook het verlies dat ontstaat wanneer elektriciteit wordt opgeslagen en later weer uit de batterij komt. Niet iedere prijsstijging maakt laden en ontladen dus winstgevend.

De energiemarkt vraagt om flexibiliteit

Elektriciteitsprijzen bewegen mee met vraag en aanbod. Op momenten waarop veel duurzame energie beschikbaar is, kan de prijs dalen. Wanneer de vraag toeneemt of het aanbod afneemt, kan stroom juist duurder worden. Bedrijven die hun energiegebruik deels kunnen verschuiven, hebben daardoor meer mogelijkheden dan ondernemingen die op ieder moment hetzelfde vermogen nodig hebben.

Dat betekent niet dat een productiebedrijf zijn planning volledig op de stroomprijs moet afstemmen. Het productieproces blijft leidend. Wel kan het lonen om te onderzoeken of bepaalde laadmomenten, installaties of energieopslag slimmer aangestuurd kunnen worden.

Bij energiehandel gaat het voor bedrijven onder meer om de vraag hoe opgewekte of opgeslagen elektriciteit zo goed mogelijk kan worden ingezet binnen de eigen situatie en de energiemarkt.

De netaansluiting speelt mee

Ook de aansluiting bepaalt wat er mogelijk is. Een bedrijf kan op papier genoeg zonnestroom produceren, maar niet altijd onbeperkt terugleveren. In gebieden met netcongestie kan de beschikbare capaciteit bovendien uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten bemoeilijken.

Een batterij kan helpen om opwek en verbruik beter op elkaar af te stemmen. Het systeem moet dan wel passen bij de pieken in het stroomverbruik en bij de hoeveelheid energie die het bedrijf wil opslaan. Alleen een grote opslagcapaciteit installeren, zonder naar het vermogen en de aansturing te kijken, biedt geen garantie dat het knelpunt verdwijnt.

Eerst rekenen, dan handelen

De opbrengst van energiehandel is niet met één vast bedrag te voorspellen. De resultaten hangen af van onder meer de marktprijzen, het eigen verbruik, de batterij, de contractvoorwaarden en de kosten voor aansturing. Ook moet duidelijk zijn hoeveel vrijheid het bedrijf daadwerkelijk heeft om stroom op een ander moment te gebruiken of beschikbaar te stellen.

Daarom begint een zakelijke aanpak bij gegevens over opwek en verbruik. Pas als duidelijk is wanneer er overschotten ontstaan en wanneer juist extra stroom nodig is, valt te beoordelen of opslag of handel iets toevoegt. Soms zit het voordeel vooral in minder stroom inkopen op dure momenten. In andere gevallen kan verkoop een rol spelen. Het hoeft niet iedere dag dezelfde keuze te zijn.