De melkveehouderij ontkomt niet aan de klimaatopgave. Methaan speelt daarin een grote rol. Tegelijkertijd zit er voor boeren een duidelijke grens aan wat in de praktijk haalbaar is. Een maatregel kan op papier effectief zijn, maar als er eerst fors geïnvesteerd moet worden in stallen, installaties of een compleet andere werkwijze, wordt brede toepassing al snel lastig. Dat verklaart waarom er veel aandacht is voor maatregelen die dichter bij de dagelijkse bedrijfsvoering blijven. Voeding is daar een belangrijk onderdeel van.
Methaan ontstaat gewoon in de koe
Bij de vertering van voer in de pens ontstaat methaan. Dat proces hoort bij herkauwers en is dus niet zomaar uit te schakelen. Toch is het klimaatbelang groot. Methaan blijft weliswaar minder lang in de atmosfeer dan CO₂, maar warmt de aarde op korte termijn veel sterker op. Juist daardoor kan een daling van de methaanuitstoot relatief snel effect hebben. Voor de melkveehouderij is dat relevant, omdat een aanzienlijk deel van de uitstoot rechtstreeks samenhangt met de spijsvertering van koeien. De vraag is vervolgens hoe je daar iets aan verandert zonder dat dit ten koste gaat van diergezondheid, voeropname of productie.
Niet elke klimaatmaatregel past op ieder bedrijf
Rantsoenen verschillen, bedrijfssystemen verschillen en ook de financiële ruimte is niet overal hetzelfde. Een oplossing die veel nieuwe apparatuur vraagt, zal daardoor lang niet op ieder bedrijf even aantrekkelijk zijn. Bij maatregelen via het voer ligt dat anders. Veel melkveebedrijven werken al met gemengde rantsoenen, krachtvoer of mineraalmengsels. Een toevoeging die daarbinnen kan worden verwerkt, vraagt in principe minder aanpassing van de rest van het bedrijf. Dat is ook de reden waarom methaanreducerende voersupplementen de afgelopen jaren nadrukkelijker in beeld zijn gekomen.
Ingrijpen via het rantsoen
Een van de bekendste voorbeelden is Bovaer. Het supplement bevat 3-nitrooxypropanol, meestal 3-NOP genoemd. De stof remt een enzym dat een rol speelt bij de vorming van methaan in de pens. Het idee daarachter is vrij overzichtelijk: niet de hele voederstrategie veranderen, maar een kleine toevoeging gebruiken om een deel van de methaanvorming af te remmen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 3-NOP de methaanuitstoot van melkkoeien verlaagd. Hoe groot die daling is, verschilt per rantsoen en bedrijfssituatie. Dat maakt praktijkervaring minstens zo belangrijk als resultaten uit gecontroleerde proeven.
De stap van onderzoek naar boerenerf
In Nederland is daar inmiddels ervaring mee opgedaan. FrieslandCampina, Agrifirm en dsm-firmenich testten het voersupplement Bovaer® van dsm-firmenich op commerciële melkveebedrijven. In een van de grootschalige trajecten ging het om meer dan 20.000 koeien. Voor boeren zit het interessante vooral in de manier waarop zo’n product wordt toegepast. Het supplement kan via bestaande voerstromen worden verstrekt. Een andere stalindeling, aangepaste melkrobot of aparte technische installatie is daarvoor niet nodig. Dat klinkt misschien als een detail, maar juist zulke details bepalen uiteindelijk of een nieuwe techniek ook buiten proefbedrijven wordt gebruikt.
Onderdeel van een groter geheel
De voetafdruk van de boerderij verlagen vraagt om een combinatie van aanvullende maatregelen. Op het melkveebedrijf spelen ook mest, energiegebruik, landgebruik, voerproductie en diergezondheid mee. Een voersupplement is daarom eerder een extra instrument in de tool box dan een totaaloplossing. Voor klimaatbeleid telt uiteindelijk het gezamenlijke effect van verschillende maatregelen. Als een boer methaan kan verlagen zonder zijn bedrijfsvoering ingrijpend te veranderen, kan zo’n maatregel daar een bruikbare plaats in krijgen. Uiteraard draait het daarbij niet alleen om de emissiereductie, maar ook wat langdurig gebruik betekent voor koeien, productie en rantsoenmanagement. Onderzoek van o.a. de Wageningen Universiteit laat zien dat ook dit goed zit.
Klimaatdoelen worden pas relevant op het erf
De discussie over duurzame melkveehouderij gaat vaak over percentages, doeljaren en reductiepaden. Voor een melkveehouder begint verduurzaming ergens anders: bij de vraag wat morgen op het bedrijf uitvoerbaar is. Juist daarom zijn oplossingen interessant die aansluiten bij processen die er al zijn. Minder methaan via het voer is daar een voorbeeld van. Niet spectaculair in uitvoering, maar mogelijk juist daardoor bruikbaar op grotere schaal.

