Wat bepaalt of een bedrijf over tien jaar nog concurrerend is?
Lange tijd draaide het antwoord op die vraag vooral om efficiëntie, schaalgrootte en kostenbeheersing. Die factoren blijven belangrijk, maar de omstandigheden waarin bedrijven opereren veranderen snel. Energiemarkten zijn minder voorspelbaar geworden, geopolitieke spanningen hervormen de wereldhandel, toeleveringsketens staan onder druk en klanten verwachten steeds vaker producten die veiliger, duurzamer en meer circulair zijn.
Tegelijkertijd worden bedrijven steeds nadrukkelijker gevraagd hun duurzaamheidsclaims te onderbouwen. Vanaf 27 september 2026 gelden in Nederland strengere regels voor duurzaamheidsclaims. Brede termen als ‘groen’, ‘duurzaam’ en ‘milieuvriendelijk’ mogen alleen nog worden gebruikt als daar duidelijke en verifieerbare onderbouwing tegenover staat. De regels hebben niet alleen betrekking op marketinguitingen, maar ook op keurmerken, verpakkingen, websites, advertenties en sociale media. Nederlandse toezichthouders kunnen bovendien handhaven op basis van deze strengere eisen.
De volgende fase van duurzaamheid draait daarom niet langer om het maken van meer beloftes. Het draait om het kunnen aantonen van resultaten.
Voor bedrijven is dat meer dan een communicatie- of compliancevraagstuk. Organisaties die hun claims niet kunnen onderbouwen, moeten mogelijk verpakkingen, labels, websites en marketingmateriaal aanpassen. Bedrijven die onvoldoende voorbereid zijn, lopen bovendien risico op handhaving, financiële boetes en reputatieschade. Maar belangrijker nog: zij lopen het risico een achterstand op te lopen ten opzichte van concurrenten die duurzaamheid al hebben geïntegreerd in hun producten, processen en bedrijfsmodellen.
Van rapportageverplichting naar commerciële strategie
Duurzaamheid kreeg aanvankelijk vooral aandacht vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen: het idee dat bedrijven een verantwoordelijkheid hebben die verder reikt dan financiële resultaten. Later verschoof de focus, mede door de opkomst van ESG, steeds meer naar rapportage, regelgeving en risicobeheer.
Deze ontwikkelingen waren noodzakelijk. Maar ze hebben ook invloed gehad op de manier waarop duurzaamheid wordt gezien. Voor veel bedrijven werd het vooral iets dat gemeten, gerapporteerd en gefinancierd moest worden. De relatie met innovatie, klantvraag en commerciële groei verdween daardoor naar de achtergrond.
Nu Europese bedrijven in steeds uitdagendere omstandigheden opereren, kunnen bestuurders in de verleiding komen om duurzaamheidsinvesteringen uit te stellen totdat de economische omstandigheden verbeteren. Maar die redenering gaat ervan uit dat uitstel de status quo in stand houdt.
Dat is niet het geval.
Technologie, regelgeving en klantverwachtingen blijven zich ontwikkelen. Bedrijven die wachten, zullen uiteindelijk gedwongen worden hun productontwerpen, verpakkingen, productieprocessen of grondstoffen onder grotere tijdsdruk en tegen hogere kosten aan te passen. Tegen die tijd hebben concurrenten mogelijk al efficiëntere processen ingevoerd, sterkere klantrelaties opgebouwd of producten ontwikkeld die beter aansluiten bij de markt van morgen.
Business as usual is daarom geen neutrale keuze. Het is een strategische beslissing met commerciële en financiële risico’s.
Concurrentiekracht begint bij productontwikkeling
De commerciële waarde van duurzaamheid wordt het best zichtbaar wanneer deze wordt geïntegreerd in productontwikkeling. In de materialenindustrie is dat bij uitstek het geval.
Vezels, grondstoffen en materialen vormen de basis van vrijwel ieder onderdeel van de economie: van infrastructuur en energie tot gezondheidszorg, filtratie en verpakkingen. De uitdaging is om oplossingen te ontwikkelen die voldoen aan de hoogste eisen op het gebied van veiligheid, kwaliteit en prestaties, terwijl grondstoffen efficiënter worden benut, circulariteit wordt vergroot, de afhankelijkheid van fossiele inputs afneemt en schadelijke stoffen worden vermeden.
Kunnen we minder materiaal gebruiken zonder in te leveren op prestaties? Kunnen we de levensduur van een product verlengen? Kunnen producten eenvoudiger worden hergebruikt of gerecycled? Kunnen we stoffen vervangen die klanten of toezichthouders in de toekomst mogelijk niet meer accepteren? Kunnen we energieverbruik en levenscycluskosten verlagen?
Dit zijn duurzaamheidsvragen, maar ook strategische vragen die direct raken aan efficiëntie, klantbehoeften, leveringszekerheid, voorbereiding op regelgeving en productkwaliteit. Door deze vragen vroeg in het proces te stellen, kunnen bedrijven kosten en risico’s beperken, betere producten ontwikkelen en nieuwe marktkansen creëren.
Het doel is niet om duurzaamheid achteraf aan een bestaand product toe te voegen. Het doel is om vanaf het begin betere producten te ontwerpen.
Bewijs creëert vertrouwen, vermindert risico’s en beschermt concurrentievermogen
De nieuwe regels voor duurzaamheidsclaims maken dat onderscheid steeds belangrijker. Bedrijven zullen duidelijk moeten aangeven wat zij precies hebben bereikt, waar een claim betrekking op heeft en welk bewijs daarvoor bestaat.
Voor organisaties die duurzaamheid al hebben geïntegreerd in hun innovatie- en productontwikkelingsprocessen biedt dat juist kansen. Zij kunnen gemakkelijker de stap maken van brede ambities naar aantoonbare resultaten, bijvoorbeeld op het gebied van energieverbruik, materiaalgebruik, recyclebaarheid of het vervangen van zorgwekkende stoffen.
Het kunnen onderbouwen van deze resultaten doet meer dan alleen vertrouwen opbouwen. Het helpt bedrijven zich voor te bereiden op veranderende regelgeving en biedt een geloofwaardiger fundament voor commerciële claims.
Het tegenovergestelde geldt echter ook.
Bedrijven die blijven vertrouwen op algemene duurzaamheidsclaims zonder onderliggende onderbouwing, worden steeds vaker geconfronteerd met juridische, financiële en concurrentierisico’s. Naarmate de nieuwe regels van kracht worden, zullen veel organisaties hun verpakkingen, websites, labels en marketinguitingen moeten herzien. Wie daar niet op is voorbereid, kan te maken krijgen met aanzienlijke nalevingskosten, verstoringen en handhavingsmaatregelen.
Belangrijker nog: zij lopen het risico commercieel op achterstand te raken. Terwijl zij bezig zijn hun communicatie aan te passen, zijn concurrenten die duurzaamheid al in bedrijfsprocessen hebben geïntegreerd beter in staat om daadwerkelijke vooruitgang aan te tonen, zich in de markt te onderscheiden en in te spelen op veranderende klantverwachtingen. Op de lange termijn zijn dat de bedrijven die het best gepositioneerd zijn om een duurzaam concurrentievoordeel op te bouwen.
Versterken van de Nederlands en Europees concurrentiekracht
Juist voor Nederland en Europa is dit van groot belang. Nederland is sterk afhankelijk van open markten, internationale waardeketens en geïmporteerde energie en grondstoffen. In een wereld van geopolitieke spanningen en verstoringen van toeleveringsketens maakt dat Nederlandse bedrijven kwetsbaar.
Efficiënter omgaan met grondstoffen, alternatieven ontwikkelen voor fossiele materialen en producten ontwerpen met circulariteit als uitgangspunt zal die kwetsbaarheden niet volledig wegnemen. Maar het helpt bedrijven wel om afhankelijkheden te verkleinen, de blootstelling aan volatiele markten te beperken en sneller in te spelen op veranderende klantbehoeften.
Op Europees niveau geldt hetzelfde principe. Europese bedrijven worden geconfronteerd met hoge kosten en stevige internationale concurrentie. Concurreren op prijs alleen wordt daardoor steeds moeilijker. Door middel van innovatie, kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid kunnen Europese bedrijven zich onderscheiden en een sterkere positie opbouwen in internationale markten.
Dit vraagt om het loslaten van het idee dat duurzaamheid en concurrentiekracht tegenovergestelde belangen zijn. Wanneer duurzaamheid wordt geïntegreerd in productontwerp, innovatie en operationele prestaties, kan het risico’s verminderen, klantrelaties versterken en nieuwe groeikansen creëren.
Natuurlijk moeten duurzaamheidsinvesteringen aantoonbare waarde opleveren. Niet ieder initiatief leidt automatisch tot commercieel succes. Bedrijven moeten realistisch zijn over kosten, keuzes en afwegingen.
Tegelijkertijd wordt concurrentiekracht steeds vaker bepaald door beslissingen waarvan de commerciële impact pas jaren later zichtbaar wordt. Bedrijven die nu blijven investeren in duurzame innovatie, ontwikkelen eerder de producten, technologieën en vaardigheden voor de klantbehoeften van de toekomst.
Wie wacht, loopt het risico achter de feiten aan te lopen en zich te moeten aanpassen aan veranderingen die anderen al hebben vormgegeven.
De bedrijven die de economie van morgen zullen leiden, zijn niet de bedrijven die uitsluitend doen wat regelgeving van hen verlangt. Het zijn de bedrijven die duurzaamheid en innovatie zien als een strategische investering in hun toekomstige concurrentiekracht.
Helen Mets, CEO Ahlstrom
Ahlstrom is wereldwijd marktleider op het gebied van op vezels gebaseerde speciale materialen. Onze missie is om met elke vezel te zuiveren en te beschermen, voor een duurzame wereld. Wij streven ernaar de voorkeurspartner te zijn op het gebied van duurzame speciale materialen voor al onze belanghebbenden. Onze segmenten Filtratie & Life Sciences, Voedings- & Consumentenverpakkingen en Beschermende Materialen, evenals de divisie Performance Materials, spelen in op wereldwijde trends met veilige en duurzame oplossingen. Wij creëren waarde door vezels te combineren met onze geavanceerde technologie en onze innovatieve, ondernemende cultuur, waarbij we voortdurend nieuwe materialen en toepassingen verkennen. Duurzaamheid, innovatie en kwaliteit staan centraal in al onze oplossingen, zoals composteerbare materialen voor de verwerking en verpakking van voedingsmiddelen en dranken, filtermedia voor vloeistoffen en lucht, diagnostische materialen en beschermende medische stoffen.

