Stel je voor: je overheid sluit een schadelijk gasveld om duizenden mensen te beschermen. Het fossiele energiebedrijf dat het veld exploiteerde, klaagt vervolgens de overheid aan en eist miljarden aan compensatie voor gederfde winst. De rekening komt mogelijk bij de belastingbetaler terecht. Het klinkt misschien onwerkelijk, maar onder investeringsverdragen die tientallen jaren geleden zijn gesloten, zijn zulke claims mogelijk. Nederland speelt een belangrijke rol in dit systeem, met meer dan 70 investeringsverdragen met landen wereldwijd. Vandaag vraagt SOMO, samen met andere Nederlandse organisaties, de Europese Commissie om in te grijpen en de verouderde Nederlandse investeringsverdragen aan te pakken.

Handel Anders , SOMO en Both ENDS hebben een klacht ingediend bij de Europese Commissie en vragen om een zogenaamde inbreukprocedure tegen Nederland te starten. Volgens de organisaties zijn de bilaterale investeringsverdragen (BIT’s) van Nederland in strijd met het EU-recht. De klacht maakt deel uit van een bredere Europese actie. Maatschappelijke organisaties in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Zweden diended in december 2025 vergelijkbare klachten in tegen hun regeringen. Vandaag heeft ook TROCA, een organisatie in Portugal, dat gedaan.

Wat is het probleem?

Centraal staat het mechanisme voor geschillenbeslechting tussen investeerders en staten, beter bekend als ISDS (investor-state dispute settlement). Hiermee kunnen buitenlandse investeerders overheden aanklagen bij internationale arbitragetribunalen, buiten de nationale rechter om.

ISDS ligt al langer onder vuur vanwege de aanzienlijke juridische en financiële risico’s voor overheden. Het mechanisme kan bovendien de beleidsruimte beperken om maatregelen te nemen voor het klimaat, milieubescherming en mensenrechten. ISDS is één van de juridische structuren die de machtspositie van multinationals versterken. Bedrijven krijgen een directe mogelijkheid om overheden aan te klagen, terwijl overheden het risico lopen op kostbare juridische procedures en mogelijk miljarden aan schadevergoedingen voor maatregelen die in het algemeen belang zijn genomen.

Nederland heeft een uitgebreid netwerk van investeringsverdragen met landen buiten de EU. Zeventig van deze verdragen bevatten ISDS-bepalingen. Veel ervan zijn tientallen jaren geleden gesloten, voordat het huidige juridische en beleidsmatige kader van de EU tot stand kwam.

Nederlandse verdragen zijn wereldwijd gebruikt in ten minste 140 bekende ISDS-zaken. Dat is bijna 10 procent van alle zaken. Daarmee staat Nederland, na de Verenigde Staten, op de tweede plaats als land van herkomst van investeerders die ISDS-procedures aanspannen. Tegelijkertijd maken buitenlandse investeerders steeds vaker gebruik van deze verdragen om claims tegen Nederland zelf in te dienen.

De klacht stelt dat deze verdragen om twee belangrijke redenen onverenigbaar zijn met het EU-recht:

  1. De verdragen stellen buitenlandse investeerders in staat om geschillen tegen Nederland voor te leggen aan internationale arbitragetribunalen, buiten het EU-rechtssysteem om. Dit is problematisch wanneer investeerders maatregelen aanvechten die zijn genomen om het EU-recht uit te voeren.
  2. De verdragen bevatten vergaande bepalingen die het vrije verkeer van kapitaal in verband met investeringen garanderen. Deze bepalingen kunnen botsen met de bevoegdheid van de EU om sancties op te leggen en beperkingen te stellen aan het verplaatsen van tegoeden.

Waarom juist nu?

Twee recente zaken tegen Nederland laten zien dat deze problemen actueel zijn.

Olie- en gasbedrijf vecht Nederlandse overwinstbelasting aan: In 2025 startte het Omaanse olie- en gasbedrijf Petrogas een arbitragezaak tegen Nederland op basis van het Nederlands-Omaanse investeringsverdrag uit 1987. De zaak gaat onder meer over de tijdelijke solidariteitsbijdrage op overwinst in de olie- en gassector. Nederland voerde deze maatregel in om uitvoering te geven aan de Europese noodinterventie die is vastgelegd in Verordening 2022/1854. Deze verordening was een reactie op de energiecrisis die volgde op de Russische invasie van Oekraïne.

De zaak betekent dus dat een internationaal arbitragetribunaal maatregelen beoordeelt die zijn genomen om EU-wetgeving uit te voeren.

Russische zakenman vecht sancties aan: Ook in 2025 startte de Russisch-Israëlische zakenman Mikhail Fridman een arbitragezaaktegen Nederland, op basis van het Nederlandse verdrag met de toenmalige Sovjet-Unie uit 1989. Hij vecht daarmee de gevolgen van EU-sancties voor zijn investeringen in Nederland aan. Fridman heeft daarnaast een ISDS-claim van € 15 miljard tegen Luxemburg ingediend in verband met sancties. Ook heeft hij claims tegen andere landen ingesteld.

Het risico op claims ter waarde van miljarden euro’s is zo aanzienlijk dat de EU, op aandringen van Luxemburg, in september Fridman weer van de sanctielijst heeft gehaald.

De Europese Commissie heeft deze risico’s zelf ook erkend. Als onderdeel van het achttiende sanctiepakket tegen Rusland, dat in juli 2025 werd aangenomen, voerde de EU maatregelen in om lidstaten te beschermen tegen arbitragezaken van gesanctioneerde bedrijven en personen.

De Commissie heeft bovendien aangegeven dat bilaterale investeringsverdragen tussen EU-lidstaten en Rusland niet verenigbaar zijn met het Europese investeringsbeleid. De betrokken lidstaten zouden deze verdragen daarom moeten beëindigen.

Vervolgens riep ook de Nederlandse Tweede Kamer de regering op om het Nederlands-Sovjet-Unieverdrag te beëindigen en andere EU-lidstaten aan te moedigen hetzelfde te doen. Tot nu toe zijn daarvoor echter geen stappen gezet.

Wat is de juridische grondslag van de klacht?

ISDS mag de autonomie van het EU-recht niet ondermijnen

In Advies 1/17 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) dat internationale overeenkomsten die investeerders via ISDS toegang geven tot arbitrage alleen verenigbaar kunnen zijn met het EU-recht als ze de autonomie van de Europese rechtsorde niet aantasten.

Internationale arbitragetribunalen mogen met name niet zelfstandig EU-recht interpreteren of toepassen, en mogen evenmin afbreuk doen aan het beschermingsniveau dat de EU voor publieke belangen heeft vastgesteld.

Volgens de klacht bevatten de Nederlandse verdragen onvoldoende waarborgen om te voorkomen dat arbitragetribunalen deze autonomie aantasten wanneer geschillen betrekking hebben op maatregelen ter uitvoering van EU-recht.

Investeringsverdragen kunnen botsen met het Europese sanctiebeleid

Het HvJ-EU heeft zich ook uitgesproken over de onverenigbaarheid van investeringsverdragen van EU-lidstaten met het Europese sanctiebeleid.

In zaken tegen Zweden, Oostenrijk en Finland oordeelde het Hof dat bepalingen die het vrije kapitaalverkeer garanderen, de mogelijkheid van de EU kunnen beperken om in het kader van haar sanctiebeleid beperkingen op kapitaalbewegingen op te leggen.

Volgens de klacht bevatten de Nederlandse investeringsverdragen vergelijkbare bepalingen, zonder voldoende waarborgen om dergelijke conflicten met het EU-recht te voorkomen.

Handel Anders, SOMO en Both ENDS stellen dat Nederland zijn verplichtingen niet nakomt doordat het nalaat de onverenigbaarheden tussen zijn investeringsverdragen met landen buiten de EU en het EU-recht weg te nemen.

Dit is volgens de organisaties in strijd met het beginsel van loyale samenwerking tussen de EU en haar lidstaten, zoals vastgelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met de vereisten van Verordening 1219/2012 (overweging 11 en artikel 3).

De organisaties verzoeken de Europese Commissie daarom om op grond van artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) een inbreukprocedure tegen Nederland te starten.

Wat gebeurt er nu?

Alleen de Europese Commissie kan formeel een inbreukprocedure tegen een EU-lidstaat starten. Burgers en organisaties kunnen de Commissie verzoeken een mogelijke schending van het EU-recht te onderzoeken, maar de Commissie is niet verplicht om daaraan gevolg te geven.

De Commissie moet de klacht beoordelen en beslissen of en hoe zij de kwestie verder behandelt. Als zij concludeert dat een lidstaat het EU-recht niet naleeft, kan een inbreukprocedure uiteindelijk leiden tot een zaak bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Wat moet Nederland volgens de indieners doen?

Handel Anders, SOMO en Both ENDS roepen Nederland op om bestaande investeringsverdragen te beëindigen of aan te passen, zodat deze in overeenstemming worden gebracht met het EU-recht.

Concreet betekent dit dat Nederland de bepalingen moet aanpakken die de in de klacht beschreven problemen veroorzaken. Het gaat onder meer om ISDS-mechanismen die geschillen over EU-recht buiten de Europese rechtsorde plaatsen, en om vergaande garanties voor het vrije kapitaalverkeer die kunnen botsen met de bevoegdheid van de EU om sancties op te leggen.

Nederland heeft zijn verdragen met andere EU-lidstaten inmiddels gezamenlijk met die landen beëindigd . In 2025 heeft Nederland zich bovendien formeel teruggetrokken uit het Energiehandvestverdrag.

Volgens de organisaties moet Nederland nu ook zijn resterende netwerk van oudere investeringsverdragen met landen buiten de EU aanpakken.

Deze verdragen zijn niet alleen problematisch vanuit het oogpunt van het EU-recht. Ze kunnen landen ook opzadelen met aanzienlijke juridische en financiële risico’s, met name in het mondiale Zuiden.

Als belangrijk knooppunt in het ISDS-systeem speelt Nederland een buitenproportioneel grote rol in het in stand houden en faciliteren van dit systeem.

De organisaties vinden daarom dat Nederland afstand moet nemen van dit achterhaalde model en ISDS zo snel mogelijk moet afbouwen, zoals uitgewerkt in de routekaart voor de afbouw van ISDS in Nederland.

Bron: SOMO