Wave 1-bedrijven hebben de fouten al gemaakt die Wave 2-bedrijven niet hoeven te herhalen. Zij publiceerden in 2025 hun eerste CSRD-rapporten, over boekjaar 2024. Wave 2-bedrijven, met meer dan 1.000 medewerkers en meer dan €450 miljoen netto-omzet, rapporteren voor het eerst in 2028, over boekjaar 2027. Dat geeft Wave 2 een voorsprong. Van de dubbele materialiteitsanalyse en dataverzameling, via GHG-berekeningen en assurance, tot het gepubliceerde rapport: Wave 1 heeft ontdekt wat werkt, wat niet, en waar een CSRD-project ongemerkt tijd, budget en energie verliest. In onze nieuwe whitepaper bundelen we die ervaring in tien praktische lessen. In deze blog zetten we ze kort op een rij.

Twee rode draden

Door alle tien lessen lopen twee overtuigingen. Ten eerste loont CSRD-rapportage verder dan compliance: met een relatief kleine extra stap wordt dezelfde data echte strategische managementinformatie. Ten tweede kwamen de meeste kosten en wrijving in Wave 1 niet door technische complexiteit, maar door uitgestelde beslissingen. Een te brede materialiteit, data zonder duidelijke bestemming, een ongedocumenteerde GHG-methode en actieplannen zonder eigenaar.

Fase I: Projectvoorbereiding

1. Rapporteer niet alleen om een vinkje te zetten. Na het rapport heb je de data al in handen. De stap die Wave 1 het vaakst oversloeg, is die data ook gebruiken. Maak daarom een opvolgplan vóór publicatie en wijs eigenaren toe aan de inzichten die beslissingen kunnen veranderen. Dat motiveert ook de mensen die het werk doen.
2. Doe een slimme DMA, en gebruik hem. Een dubbele materialiteitsanalyse is een risicoanalyse en hoort thuis in je bestaande risicomanagement. De echte waarde is dat je onderwerpen mag weglaten. Als alles materieel is, is niets het. Koppel elke goedgekeurde IRO direct aan zijn Disclosure Requirement, nog voordat de dataverzameling begint.

Fase II: Data verzamelen

3. Werk terug vanuit wat elke disclosure requirement wil laten zien. “Alles verzamelen en later beslissen” kostte Wave 1 veel budget. Begin bij het doel van elke disclosure requirement, en geef elk cijfer standaard een trend, een noemer en een afbakening mee.
4. Wacht niet op perfecte data. Schrijf eerst een rapportagehandboek met definities, afbakening en goedkeuring per datapunt. Stel vroeg een schattingsbeleid vast. En label elk datagat: ontbreekt de data echt (disclosure gap), of ontbreekt alleen het proces om hem op te halen (management gap)?
5. Zorg dat je collega’s van Finance en IT tevreden zijn. Sustainability, Finance en IT willen elk iets anders. Betrek ze alle drie vanaf het begin. Reken erop dat een derde of meer van de datapunten geen bronsysteem heeft, en wijs per datapunt zowel een systeemeigenaar als een data-eigenaar aan.

Fase III: Berekenen & analyseren

6. Haal hulp bij het opzetten van je GHG-structuur. GHG-accounting zorgde in Wave 1 voor de meeste wrijving met assurance-providers. Zet externe expertise in voor de eerste drie cycli, benoem vanaf dag één een interne eigenaar en maak kennisoverdracht onderdeel van de opdracht. Spreadsheets alleen komen niet door de assurance.
7. Laat spend-based data los voor je grootste uitstoters. Met spend-based data kun je je uitstoot alleen verlagen door minder uit te geven. Het is een prima startpunt, maar geen eindpunt. Richt je op de posten die samen zo’n 80% van je footprint vormen en stap daar over op activiteitsdata.
8. Leg je sporen vast. Zorg dat elk cijfer herleidbaar is tot het brondocument, en beheer de versies van je emissiefactoren: updates kunnen de cijfers van vorig jaar ongemerkt veranderen. En wees eerlijk over gaten in je eerste jaar. Dat is een geldig antwoord, zolang je laat zien hoe je ze dicht.

Fase IV: Rapporteren & opvolgen

9. Rapporten moeten verhalen vertellen, geen spreadsheets. De reputatieproblemen in Wave 1 waren zelden een fout getal, maar tegenstrijdigheden in het verhaal. Laat iemand die niet betrokken was het hele rapport lezen op uitspraken die niet allebei waar kunnen zijn. Het is een van de goedkoopste vormen van risicomanagement.
10. Van data, naar inzicht, naar actie. Het rapport heeft een wettelijke deadline, de actieplannen niet. Beperk je tot vijf à zeven echte projecten met een eigenaar, budget en governance, en volg een kleine set indicatoren per maand of kwartaal. De structuur die je bouwt, hergebruik je voor ISO, SBTi, EU-taxonomie en EcoVadis.

Wat verandert er onder ESRS 2026?

De lessen zijn geleerd onder de oorspronkelijke ESRS 2023. Inmiddels zijn de herziene standaarden vastgesteld: Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/1563 is op 21 september 2026 gepubliceerd en geldt voor boekjaren vanaf 1 januari 2027. Het aantal datapunten daalt volgens onze eigen mapping van 1.184 naar 359. Veel lessen worden daardoor sterker, niet zwakker. Zo staat het weglaten van niet-materiële onderwerpen nu zelfs als verplichting in de standaard. In de whitepaper lees je per les wat er precies verandert.

Een belangrijke kans: vrijwillige vroege toepassing kost Wave 2-bedrijven geen enkele van hun vrijstellingen voor het eerste jaar. Boekjaar 2026 kun je dus gebruiken als volledige generale repetitie op de echte ESRS 2026-regels.

Hoe het eruitziet als data tot actie leidt, laat Conclusion zien. Toen hun data zichtbaar werd, bleek het wagenpark een grote rol te spelen in hun footprint. Sinds 1 januari 2024 kunnen er geen fossiele auto’s meer worden besteld, en de gerapporteerde trend daalt al. De volgende vraag ligt alweer op tafel: hoe groen is de stroom waarmee ze laden?

Whitepaper

In de whitepaper Tien lessen uit CSRD Wave 1 voor Wave 2 werken we elke les uit met praktische acties en een toelichting op ESRS 2026. Download de whitepaper of plan een demo om te zien hoe het Salacia-platform elke fase van je CSRD-cyclus ondersteunt.

Minke van Dooremalen, Growth Marketing Manager bij Salacia Solutions