Mammoet blijft vooroplopen bij de elektrificatie van zwaar hijs- en transportwerk en heeft de allereerste elektrische verplaatsing (marshalling) van een monopile onder praktijkomstandigheden uitgevoerd. Met steun en in samenwerking met Van Oord en de projectontwikkelaars Ørsted en PGE, vond deze baanbrekende operatie plaats tijdens de marshalling (het voorbereiden en verplaatsen op de kade) van belangrijke onderdelen voor het offshore windpark Baltica 2, dat gezamenlijk door Ørsted en PGE wordt ontwikkeld.
Eerder dit jaar werd Mammoet door Van Oord uitgenodigd om te bespreken hoe het bedrijf kon bijdragen aan hun duurzaamheidsinitiatieven. De twee bedrijven kwamen overeen een praktijkproef uit te voeren met elektrisch monopile-transport en kozen het project Baltica 2 als locatie hiervoor.
Mammoet werkte samen met Van Oord aan de ontvangst, marshalling en load-out van 111 monopiles van elk 1.700 ton in de haven van Rønne (Denemarken). Voor de proef werd één monopile van 1.700 ton over een afstand van 815 meter vervoerd.
Op basis van de tijdens deze proef verzamelde gegevens is Mammoet ervan overtuigd dat het systeem alle verplaatsingen op de locatie en SPMT-hijswerkzaamheden – nodig om de monopile van de opslag naar de kade te brengen – op één enkele acculading kan uitvoeren.
Het elektrische transport werd uitgevoerd met drie eenheden van elk 26 aslijnen aan Mammoet Self-Propelled Modular Transporters (SPMT’s), uitgerust met het XXL Monopile Handling System om de module op te tillen en te ondersteunen, aangedreven door drie elektrische Power Pack Units (ePPU’s).
Niek Bezuijen, Global Sustainability Advisor bij Mammoet: “We waren zeer tevreden met de resultaten van de proef. Het transport is succesvol verlopen, zonder tussentijds opladen en zonder gevolgen voor de projectplanning.
Het laat zien dat we ontwikkelaars van offshore windparken nu al kunnen helpen hun CO₂-uitstoot te verminderen, en geeft een beeld van wat er in de toekomst mogelijk is.”
Bij een projectopzet vergelijkbaar met Baltica 2 zou elektrisch monopile-transport naar schatting 25.000 tot 30.000 liter diesel besparen, wat overeenkomt met ongeveer 70 ton CO₂-uitstoot. Het systeem draagt daarmee bij aan de decarbonisering van de logistieke keten voor offshore windprojecten.
Tijdens het project zette Mammoet ook zijn innovatieve MTC1600-kranen in. Deze zijn ontworpen om monopiles van de nieuwe generatie efficiënt en direct in het water te hijsen, wat tijd en kosten bespaart doordat er minder geballast hoeft te worden tijdens RoRo-operaties.
De MTC’s beschikken over eigen voedingseenheden (power packs) die geschikt zijn voor zowel accu’s als een directe netaansluiting; bij behoefte aan noodstroom kunnen ze echter ook op beperkt vermogen werken met behulp van een ePPU voor SPMT’s.
Op basis van gegevens uit de transportpilot berekende Mammoet dat het – in vergelijking met werkzaamheden op diesel of HVO – nu al mogelijk is om één monopile te hijsen met een MTC1600-kraan op één enkele acculading van de ePPU, zonder de werkzaamheden op locatie te verstoren.
Dit decarboniseringsproject toont aan welk groot potentieel er is om de logistieke activiteiten rond offshore wind (marshaling) te verduurzamen door meer te investeren in walstroomvoorzieningen voor schepen.
Tycho Muller, projectmanager voor Baltica 2 bij Van Oord: “We wilden heel graag met Mammoet bespreken hoe zij hun duurzaamheidsinitiatieven in onze projecten konden integreren, en we waren benieuwd hoe dit in de praktijk zou uitpakken. In het Baltica 2-project zagen we de perfecte kans om samen te laten zien dat zwaar transport van monopiles op land nu al volledig elektrisch kan worden uitgevoerd; het is geen toekomstmuziek meer.”
Mammoet blijft de grenzen van elektrisch aangedreven werken verleggen en werkt graag samen met partners zoals Van Oord om deze technologie bij toekomstige offshore windprojecten verder te ontwikkelen.
Bron: Mammoet
