Het MVO Platform maakt de balans op van de voortgang van de ‘IMVO-convenanten’ en komt tot de conclusie dat aanvullend beleid en maatregelen hard nodig zijn.

Twee jaar geleden rondde KPMG het onderzoek naar risicosectoren af. Deze sectoren werden opgeroepen om middels multistakeholderconvenanten vast te leggen hoe ze deze risico’s gaan aanpakken. Deze ‘IMVO-convenanten’ is een belangrijke, zo niet de belangrijkste, pijler van het MVO-beleid van Minister Ploumen.

Zeven van de risicosectoren krijgen een onvoldoende; er gebeurt niets of vrijwel niets. In vier sectoren is enige activiteit maar die leidt niet met zekerheid tot concrete uitkomsten. Alleen de voortgang in de sector kleding/textiel wordt als positief beoordeeld. Daar ligt immers een veelbelovend convenant, dat overigens nog wel ondertekend moet worden: het wachten is op voldoende bedrijven die zich eraan committeren. Daarna begint pas het echte werk, het uitvoeren van een plan om de risico’s en schendingen te verminderen.

Al met al is de voortgang moeizaam en het MVO Platform pleit daarom voor aanvullend beleid. Aan de ene kant moeten onwillige bedrijven aangepakt worden bijvoorbeeld door hen concrete voordelen te ontzeggen die de overheid nu biedt: overheidsinkoop, subsidies, vergunningen of meegaan met handelsmissies.

Waar bedrijven zich wél bereidwillig tonen, moet de overheid een veel actievere rol spelen zodat sneller kwalitatief goede convenanten bereikt worden. Dat kan onder meer door stevig onder de aandacht te brengen dat het uitvoeren van de OESO-richtlijnen geen vrijblijvende optie is, maar iets dat de overheid van bedrijven verlangt. Uiteraard helpt het daarbij ook als de bedrijven duidelijkheid krijgen over de ‘wortels’ en ‘stokken’ die aan meedoen met de convenanten zijn gekoppeld.

Publication_4307-nl